CrossOverprojecten

om te lezen

Thema 1: Inclusie

1.
Werken aan een inclusieve samenleving: goede praktijken. Anouk K. Bolsenbroek, Douwe J. van Houten (2010). Amsterdam: Uitgeverij Boom Nelissen - ISBN: 9789024418633

In dit boek maken de auteurs zich sterk voor het ideaal van de inclusieve samenleving. Aan de hand van praktijkvoorbeelden laten zij zien dat het mogelijk is dat ieder individu participeert op zijn eigen manier, hoe wenselijk dat eigenlijk is, en hoe iedereen in kleine stapjes aan de inclusieve samenleving kan werken. Een inclusieve samenleving is een samenleving waar iedereen tot zijn recht kan komen. Het maakt niet uit welke culturele achtergrond, gender, leeftijd, talenten of beperkingen iemand heeft. Iedereen neemt op een gelijkwaardige manier deel aan de maatschappij. Mensen worden aangesproken op hun mogelijkheden, niet op hun beperkingen. Voor veel mensen lijkt dit een onhaalbaar streven. Kunnen kinderen met een verstandelijke beperking samen met leerlingen zonder beperkingen onderwijs volgen? Is het mogelijk dat blinde mensen op een gelijkwaardige manier participeren in het arbeidsproces? En hoe zit het met de deelname van ouderen aan de samenleving? Of met mensen met psychische problematiek? Werken aan een inclusieve samenleving is bedoeld voor eenieder die persoonlijk of beroepshalve in het ideaal van een inclusieve samenleving geïnteresseerd is. Ook studenten, beleidsmakers en professionals die snel wegwijs willen worden in de theorie en praktijk van inclusie vinden in dit boek een goede bron van informatie.

Te bestellen via online boekwinkels. Zie een recensie.

Van dezelfde auteurs:
De standaardmens voorbij (1999) en De gevarieerde samenleving (2004).

2.
Inclusie, zeggenschap, support - Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is. Martin Schuurman, Anna van der Zwan (2009). Utrecht: Garant Uitgevers - ISBN: 9789044125559

De auteurs behandelen de begrippen inclusie, zeggenschap en support. Invulling geven aan deze begrippen levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning. De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of ander reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.

Te bestellen via online boekwinkels.

3.
Sociale inclusie; succes- en faalfactoren. Hans, R.Th. Kröber; Hans J. van Dongen (2011). Uitgeverij Boom Nelissen

Dit boek is gebaseerd op het proefschrift Gehandicaptenzorg, inclusie en organiseren van dr. Hans Kröber. Inclusie is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van het bestaan en is verbonden met begrippen als maatschappelijke participatie, het onderhouden van relaties en burgerschap. In dat licht laat de maatschappelijke positie van mensen met een verstandelijke beperking nog te wensen over. Sociale inclusie richt zich op de rol van de zorgorganisaties en hun bijdrage aan inclusie. Vanuit het perspectief van de zorgorganisatie geeft dit boek antwoorden op de volgende vragen:

  • In hoeverre werkt de geschiedenis van de zorg belemmerend op inclusie?
  • Welke rol spelen overheid, pleitbezorgers en stakeholders?
  • Welke rol spelen de organisatiekenmerken, de medewerkers en de mensen met een verstandelijke beperking die ondersteund worden door een zorgorganisatie?
  • Welke invoeringsstrategie bij de vormgeving van de veranderingen zal het meest adequaat zijn?

Er wordt aandacht gegeven aan de succes- en faalfactoren die een rol spelen bij de vormgeving van inclusie.

4.
Van gedachten wisselen. Filosofie en ethiek voor sociale beroepen. R. de Brabander (2008). Coutinho.

Als werker in een van de sociale beroepen word je bijna dagelijks geconfronteerd met vragen die een filosofisch karakter hebben: Zijn drugsgebruikers verantwoordelijk voor hun verslaving? Is een gedwongen opname menswaardiger dan het respecteren van de zelfbeschikking van een psychiatrisch patiënt? Moeten hangjongeren keihard worden aangepakt? In de antwoorden op deze vragen gaan opvattingen schuil over verantwoordelijkheid, menswaardigheid, macht, vrijheid en rechtvaardigheid. Deze opvattingen werken door in de manier waarop professionals handelen. Daarom mag van hen worden verwacht dat zij stilstaan bij de vraag hoe er gedacht kan worden over dit soort thema's. In Van gedachten wisselen worden deze thema's uitgewerkt vanuit verschillende disciplines van de filosofie, zoals politieke filosofie, sociale filosofie en existentiefilosofie. In ieder hoofdstuk staat een discipline centraal, waarbij de auteur ingaat op het gedachtegoed van filosofen én dit betreft op thema's uit de praktijk van sociale beroepen. Hij biedt daarbij kritische perspectieven op vanzelfsprekende opvattingen en trends in sociale beroepen. Ieder hoofdstuk sluit af met denkoefeningen, wat (aankomende) professionals ertoe aanzet te reflecteren op hun eigen handelen. Door de praktijkgerichte uitwerking is Van gedachten wisselen een zeer toegankelijk boek voor studenten van sociale opleidingen en voor professionals.

Te bestellen via online boekwinkels.

5.
Reflecteren: de basis. Op weg naar bewust en bekwaam handelen. M. Groen (2006). Noordhoff Uitgevers

Reflectie is een veel gehanteerde vorm van leren in het beroepsonderwijs, maar tegelijk ook een competentie die studenten moeten leren. Reflecteren is met name voor beginnende studenten een vrij abstracte aangelegenheid. Dit boek poogt een antwoord te geven op de vraag hoe je jezelf ontwikkelt van een persoon die niet bekend is met reflectie, tot een persoon die begint met en vaardig wordt in reflecteren: op weg naar bewust en bekwaam handelen. Reflecteren: de basis traint de student in eerste instantie te reflecteren op alledaagse situaties. Dit vormt een fundament om te kunnen reflecteren op toekomstige beroepssituaties.

Te bestellen via online boekwinkels.

6.
Methodisch werken. Inleiding tot methodisch handelen met en voor mensen. P. Winkelaar (2001). Uitgever de Tijdstroom

In Methodisch werken worden zaken behandeld die fundamenteel zijn voor het methodisch werken in een sociale context. Het vormt een eerste oriëntatie, reikt kennis, inzicht en vaardigheden aan die nodig zijn voor een beroepshouding. Dit beknopte en systematisch opgezette leerboek is vooral geschikt voor de eerste jaren van het hoger beroepsonderwijs, met name voor de verschillende studierichtingen van het sociaal-agogisch onderwijs. Maar dit boek kan ook als handboek of eenvoudig naslagwerk in werksituaties worden gebruikt. In vergelijking met de eerdere drukken sluit het boek nu ook aan bij studenten die nog geen werkervaring hebben. Het gaat in dit boek vooral om het aanreiken van een kader, om het aangeven van de grote lijn en minder om de uitwerking naar specifieke werksoorten of verdieping van details. Wie mensen niet in het geheel ziet, ziet mensen in het geheel niet!

Te bestellen via online boekwinkels.

7.
Basisboek Beroepsethiek voor Social Work. J. Ebskamp (2011). Thiememeulenhoff
ISBN 9789055745111

Het boek is gericht op alle richtingen binnen social work en pedagogiek. In het boek zijn de kernthema's en begrippen rondom beroepsethiek voor hulpverleners uitgewerkt. De student krijgt basistheorie aangereikt en een begrippenkader om ethische discussies te voeren over actuele thema's. Met vragen en opdrachten wordt de student aan het werk gezet. Het boek is zelfstandig te gebruiken, of in combinatie met een reeks boeiende digitale, nagenoeg zelfsturende leerobjecten, met veel videocasus van praktijksituaties, interactief leermateriaal, discussieopdrachten en eindtoetsen.
en eindtoetsen.

Te bestellen bij online boekwinkels.

8.
Mensenwerk. Oriëntatie op doelgroepen in het sociaal werk. J. Bassant; M. Bassant-Hensen (2010). Coutinho

Professionals in sociale beroepen komen vogels tegen van allerlei pluimage. En hoe uniek ook, iedere vogel kan worden ingedeeld bij een of meer groepen met specifieke kenmerken. Voor (toekomstige) sociaal werkers is het belangrijk dat zij deze groepen goed kennen en weten hoe ze met hen kunnen werken. Veel aandacht gaat uit naar de setting waarin sociale professionals een bepaalde doelgroep tegenkomen en de functies die zij daarin vervullen. Daarbij maken de auteurs onderscheid tussen SPH'ers, MWD'ers en CMV'ers, maar niet zonder de gemene delers en mogelijkheden voor samenwerking te bespreken. Aan het eind van elk hoofdstuk wordt de lezer aangezet tot nadenken over wat de doelgroep van een sociaal werker vraagt en in hoeverre het werken met deze doelgroep bij hem of haar past.

Te bestellen bij online boekwinkels.

9.
Basisboek ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. L. Nijgh ; A. Bogerd (2012). Boom Lemma Uitgevers
ISBN 978‐90‐5931‐760‐4

Het boek is gericht op alle richtingen binnen social work en pedagogiek. In het boek zijn de kernthema's en begrippen rondom beroepsethiek voor hulpverleners uitgewerkt. De student krijgt basistheorie aangereikt en een begrippenkader om ethische discussies te voeren over actuele thema's. Met vragen en opdrachten wordt de student aan het werk gezet. Het boek is zelfstandig te gebruiken, of in combinatie met een reeks boeiende digitale, nagenoeg zelfsturende leerobjecten, met veel videocasus van praktijksituaties, interactief leermateriaal, discussieopdrachten en eindtoetsen.

Te bestellen bij online boekwinkels.

10.
Retourtje inzicht - creatief met diversiteit voor sociale professionals. T. Loeffen e.a. (2008).

Hoe komt het dat het werken met sommige mensen als vanzelf gaat, terwijl het met anderen veel moeite kost? Het antwoord op deze vraag ligt voor een groot deel verscholen in diversiteit: verschillen in identiteit van de professionals en van de mensen met wie zij werken. Retourtje inzicht helpt toekomstige professionals inzicht te ontwikkelen in de vele facetten van hun eigen identiteit en die van anderen. In het boek wordt gewerkt volgens de Community Art-methode: een nieuwe, creatieve manier van onderzoek doen.

Te bestellen bij online boekwinkels

11.
Kijken naar opvoeding. Opstellen over jeugd, jeugdbeleid en jeugdzorg. Jo Hermanns (2009).
ISBN: 978-90-6665-343-6

Ontwikkelingspsycholoog Jo Hermanns wijdt in dit boek kritische beschouwingen aan het vigerende jeugdbeleid. Het lijkt alsof het jeugdbeleid vooral een negatieve insteek heeft. Het gaat kennelijk om probleemjeugd, om het voorkomen van problemen en om het ondersteunen van opvoeders met problemen. De preventiegedachte is dan ook dominant in het beleid. Daarnaast duiken echter andere thema's op. Men gaat de jeugd meer zien als een groep van medeburgers, die evenveel recht hebben op een hoge kwaliteit van leven als andere burgers. Er komt meer aandacht voor de kwaliteit van het publieke domein, het uitgaansleven, de scholen vanuit het perspectief van de jeugd. Kinderen en jongeren moeten niet alleen object zijn van beleid, maar ook als coproducenten van beleid serieus genomen worden. Rechten van kinderen en jeugdparticipatie zijn nu sleutelwoorden.

12.
Verbeter de wereld begin bij de opvoeding. Micha de Winter (2011).SWP
ISBN 9789088501876

Pedagogische adviezen voor speciale kinderen gaat over bijzondere, maar wel ingewikkelde en complexe kinderen en jongeren, die hun opvoeders soms voor grote problemen kunnen stellen. Naast een beschrijving van hun gedragsproblemen worden in dit boek praktische suggesties gegeven voor de aanpak hiervan. De kern van die aanpak is de bereidheid van de beroepsopvoeder om áchter het probleemgedrag te willen kijken en om bestaande positieve gedragingen uit te breiden. Hierdoor past het boek in de trend van de tegenwoordige hulpverlening om vooral oplossingsgericht en niet zozeer probleemgericht bezig te zijn. Deze aanpak biedt meer openingen en perspectief in problematische opvoedingssituaties. Door zijn eenduidige opbouw is het zowel een praktisch handboek als naslagwerk. Van alle problemen worden steeds dezelfde vragen beantwoord. In de twaalf hoofdstukken van het tweede deel staat telkens beschreven: hoe ziet het probleem er uit volgens het psychiatrische DSM-IV classificatiesysteem, wat zijn mogelijke oorzaken, wat zijn mogelijke handelingssuggesties, wat is de prognose en wat zijn de concrete verschijningsvormen van het probleem in een klas of groep.

Te bestellen bij online boekwinkels

13.
Ontwikkelingspsychopathologie bij kinderen en jeugdigen. Jakop Rigter (2008). Couthino
ISBN 978-90-6283299-6

De inhoud van het boek is vooral gebaseerd op de uitgangspunten van de ontwikkelingspsychopathologie. Dit is een nieuwe, integratieve, benadering afkomstig uit de VS (developmental psychopathology) die inzichten uit verschillende wetenschappen combineert. In dit boek worden in chronologische volgorde mogelijke psychische problemen op elf ontwikkelingsgebieden beschreven. Bij het schrijven werden de volgende doelstellingen gehanteerd: het boek draagt een integratieve benadering uit; van elk ontwikkelingsgebied wordt zowel de normale als afwijkende ontwikkeling beschreven; psychische problemen en stoornissen worden in een context geplaatst zoals ontwikkeling, opvoeding, gezin, cultuur, enzovoorts; duidelijk moet worden gemaakt dat de psychische problemen en stoornissen zelden één oorzaak kennen maar juist door meerdere (risico)factoren beïnvloed worden; de geboden informatie is actueel; in het boek is casuïstiek opgenomen; en bij het beschrijven van mogelijke hulpverleningsmethoden (preventie en behandeling) wordt de nadruk gelegd op die benaderingen waarvan verondersteld mag worden (op grond van onderzoek) dat ze effectief zijn. Het boek is geschreven voor (aanstaande) hulpverleners en opvoeders zoals SPH'ers, MWD 'ers, verpleegkundigen, leerkrachten, sociale wetenschappers én ouders.

Te bestellen bij online boekwinkels

14.
Je hebt 't of je hebt 't niet? Menslievende professionalisering van toekomstige beroepskrachten van ROC en HBO. Maaike Hermsen & Petri Embregts (2011). Hogeschool van Arnhem en Nijmegen/ Lectoraat Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

Dit boekje beschrijft twee delen van het onderzoek naar het thema menslievende professionalisering van beroepskrachten. Deel één betreft onderzoek naar de (on)mogelijkheid van het aanleren van een menslievende houding bij beroepskrachten in de zorg. De focus ligt op menslievende zorg aan mensen met een verstandelijke beperking. Kun je een menslievende houding leren of moet je dat hebben'? Ook komt in deel 1 aan bod welke onderdelen essentieel zijn in opleidingen in het mbo en hbo die studenten opleiden om in de zorg te werken, om deze studenten te leren een relatie op te bouwen met een cliënt vanuit aandachtigheid en medemenselijkheid. Er worden concrete aanbevelingen gedaan richting opleidingen om dit op te nemen in hun curriculum zodat studenten de gewenste professionele houding ontwikkelen. Menslievende attitude kenmerkt zich onder meer door: kunnen reflecteren op de eigen ontwikkeling, respectvolle bejegening en vraaggericht werken.
Deel 2 van het boekje gaat over de wijzen waarop vier beroepsopleidingen (mbo maatschappelijk zorg, hbo maatschappelijk werk en dienstverlening, hbo sociaal pedagogische hulpverlening, hbo pedagogiek) de menslievende professionalisering van toekomstige beroepskrachten vormgeven. Tevens biedt dit deel concrete aanbevelingen om de menslievende professionalisering verder te verbeteren. Een menslievende houding beperkt zich niet enkel tot de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking. Daarom hebben de conclusies van dit onderzoek ook implicaties voor toepassing buiten dit domein.

Het boekje is op te vragen via het Lectoraat Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking van de HAN. Het secretariaat is te bereiken via Mw. Steffi Geenen-Houben , tel. +31 (0)24 353 0428 op dinsdag en donderdag tussen 9.30 en 17.00 uur.

Thema 2: Ondersteunen en eigen regie
1.
Empowerment en participatie van kwetsbare burgers - Ervaringskennis als kracht. Tine van Regenmortel (2010). Amsterdam: Uitgeverij SWP Amsterdam - ISBN: 9789088501661

Cliënten in de ggz, mensen in armoede, breekbare ouderen: kwetsbare burgers die vaak niet op een volwaardige manier deel uitmaken van de samenleving. Een kansrijker aanpak om deze mensen volwaardig te laten meedoen in de samenleving gaat uit van empowerment: dit doet een appel aan zelfredzaamheid, daarbij gebruikmakend van ervaringsdeskundigheid van de betrokkenen zelf. De auteurs gaan in deze uitgave in op een veelheid aan thema’s rond achtergronden, uitwerking en processen bij empowerment. De diversiteit aan bijdragen biedt een kleurrijk palet voor hulpverleners, managers van welzijns- en gezondheidsinstellingen, beleidsverantwoordelijken, wetenschappers, docenten en studenten van het hoger sociaal agogisch onderwijs en niet in het minst voor de kwetsbare burgers zelf.

Te bestellen via online boekwinkels.

2.
Ontzorgen en normaliseren. M. de Winter, M., J.G. Manshanden ; M.R.J.R.S. van San ; T.A.M. Graas ; D. de Ruiter (2012). Den Haag: RMO.

De jeugdzorg loopt tegen haar grenzen aan. Steeds meer kinderen en gezinnen komen in de zware en dure hulpverlening terecht. Hieraan liggen diverse oorzaken ten grondslag. Samengevat komt het erop neer dat de eerstelijns functie in de jeugdzorg versnipperde en deels verdween, terwijl de gespecialiseerde hulpverlening steeds meer grip probeerde te krijgen op dagelijkse opvoedvragen. Door de nabijheid van specialistische hulpverlening, verleerden gezinnen om een beroep te doen op familie, vrienden, buren en andere ouders en kregen bijvoorbeeld leerkrachten en verpleegkundigen van consultatiebureaus meer aandacht voor risicosignalering, ten koste van laagdrempelige en op vertrouwen gebaseerde relaties met het gezin. De tijd is rijp voor verandering. Het advies Ontzorgen en Normaliseren biedt hiervoor een kader. Goede zorg voor kwetsbare gezinnen heeft als basis een goede sociale inbedding van alle gezinnen. Dat stelt eisen aan de aanwezigheid en toegankelijkheid van sociale voorzieningen en de mogelijkheden voor ouders elkaar te ontmoeten. Aanvullend pleit de RMO voor een sterke eerstelijns jeugd- en gezinszorg. Hooggekwalificeerde professionals zouden dichtbij gezinnen moeten fungeren als generalistisch zorgbieder en schakel tussen gezin, sociale omgeving en vanzelfsprekende medeprofessionals. Zo nodig wordt gespecialiseerde zorg of juist heel praktische ondersteuning ingeroepen.

3.
Waar bemoei je je mee? Eric Bosch (2009). Uitgeverij Boom/ Nelissen

Dit boek (135 pagina’s) gaat over morele dilemma´s in de hulpverlening. Morele dilemma´s ontstaan door het spanningsveld tussen autonomie versus beschermwaardigheid. Diverse aspecten van morele dilemma´s komen in het boek aan bod. Kennis van deze aspecten vormt de basis voor verantwoorde besluitvorming. Ook is het een aanloop naar een stappenplan dat concrete handvatten biedt bij het zorgvuldig omgaan met morele dilemma´s. De casuïstiek in het boek gaat onder andere over agressie, dood en zinbeleving.

4.
Eerst denken en dan doen: over het versterken van de eigen kracht van gezinnen en het beter benutten van het sociale netwerk. Rede ter aanvaarding van de functie van bijzonder lector ‘Opvoeden in het Publieke Domein’. G. Cardol (2012.)Hogeschool Zuyd, Faculteit Sociale Studies.

Het lectoraat 'Opvoeden in het publieke domein’ richt zich op het versterken van de eigen kracht van gezinnen en het beter benutten van het sociale netwerk rondom het gezin. En dat bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium, als er nog geen opvoedproblemen zijn, maar nog slechts opvoedvragen. Deze rede is als volgt opgebouwd: allereerst wordt ingaan op de betekenis van het gezin en de wijze waarop opvoeding is veranderd ten opzichte van enkele decennia geleden. Vervolgens wordt ingezoomd op de sociale omgeving van het gezin. Wat wordt hieronder verstaan, is de begripsdefinitie eigenlijk wel duidelijk? En: wat kan de waarde van de sociale omgeving zijn voor het gezin? Daarna wordt aandacht besteed aan de rol van de overheid. Hoe verhoudt de overheid zich tot het gezin, welke verwachtingen, of misschien meer dwingend geformuleerd, welke eisen stelt de overheid aan het gezin? De betekenis hiervan wordt vertaald voor diegenen die met het gezin werken, waarbij gericht zal worden tot de professional. Tot slot wordt aangegeven hoe bij de vervulling van dit lectoraat aan de genoemde aspecten invulling zal worden gegeven.

5.
Pijlers voor nieuw jeugdbeleid - Notitie van Nederlands JeugdInstituut T. van Yperen, Y.Westering (2010).

Het Nederlands JeugdInstituut (Nji) verwoordt de gewenste pijlers voor nieuw jeugdbeleid. De eerste peiler betreft de verbetering van de pedagogische kwaliteit van de leefomgeving van kinderen en jongeren door: 1) nadruk te leggen op jeugdbeleid waarin de gewone, positieve ontwikkeling en opvoeding van jeugdigen centraal staat en niet de nadruk op problemen en risico's; en 2) een goede opvoedingsondersteuning te realiseren. De tweede peiler bestaat uit de opbouw van een samenhangende zorgstructuur in het stelstel die erop gericht is: 1) de opvoeding en opvoedingsondersteuning niet over te nemen, maar zoveel mogelijk te versterken; en 2) áls overname van de opvoeding nodig lijkt, veel aandacht te besteden aan een goede besluitvorming over die overname en een optimale kwaliteit van de zorg. Epidemiologische cijfers duiden niet op een toename van het aantal problemen. Toch breidt het aantal diagnosen zich uit. Nadruk moet liggen op mogelijkheden en kansen, een gezonde, positieve opvoeding, een succesvolle schoolloopbaan, talentontwikkeling en het actief participeren in school en de samenleving. Door hierin te investeren wordt het fundament gelegd voor welzijn, economische zelfstandigheid en democratisch burgerschap.

6.
Zie mij als mens! E. Roeleveld ; P. Embregts ; L. Hendriks ; K. van den Bogaard (2011). Orthopedagogiek: onderzoek en praktijk; jaargang 50; nr. 5; blz. 195-207

De afgelopen jaren is het burgerschapsparadigma leidend in het denken over zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Dit heeft geleid tot een andere invulling van de zorg en de rolopvatting van de begeleider. De zorgvraag van de cliënt komt meer centraal te staan en de verwachtingen van de begeleider worden herzien. Onderzocht is de vraag welke competenties mensen met een licht verstandelijke beperking zelf belangrijk vinden voor een begeleider in de zorg. Dit artikel beschrijft de resultaten, gebaseerd op het onderliggende rapport. Er zijn individuele interviews afgenomen en focusgroepen gehouden om de meningen en ervaringen in kaart te brengen. Resultaten van dit onderzoek laten zien dat het opbouwen van een relatie, ondersteunen, communiceren en kennis hebben over de cliënt als belangrijke worden gezien. Het betrekken van mensen met een verstandelijke beperking heeft een meerwaarde voor de onderzoekspraktijk. Zij beschikken over ervaringskennis en door hen bij het onderzoek te betrekken draagt het bij aan hun gevoel voor eigenwaarde en autonomie.

Het rapport 'Zie mij als mens! Belangrijke competenties voor begeleiders volgens mensen met een verstandelijke beperking' is verkrijgbaar bij het secretariaat van het lectoraat Zorg voor mensen met een verstandelijke beperking van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen via steffi.geenen@han.nl.

7.
Competentievergroting in de residentiële jeugdzorg. W. Slot ; H. Spanjaard (2010). Thiememeulenhoff.

Dit boek beschrijft de methode Competentievergroting. Competentievergroting betekent dat aandacht niet alleen uitgaat naar problemen, maar ook naar positief gedrag. Het is een motiverende aanpak omdat de betrokkenen worden aangesproken op hun mogelijkheden in plaats van hun beperkingen. Het leren van sociale en cognitieve vaardigheden die nodig zijn voor thuis, op school, op het werk en in de vrije tijd staat centraal. De werkwijze van competentievergroting grijpt terug op leertheoretische principes en elementen uit de ontwikkelingspsychologie. Onderzoek toont aan dat een aanpak gericht op competentievergroting, goede resultaten oplevert: de nadruk op het aanleren van sociale en cognitieve vaardigheden en het versterken van sociale ondersteuning stelt jeugdigen en ouders in staat beter te functioneren in het dagelijks leven. Het boek is bestemd voor professionele hulpverleners in de jeugdzorg en hun begeleiders, voor methodeontwikkelaars en voor studenten.

Te bestellen bij online boekwinkels.

8.
Professioneel Ondersteunen. C. van Dam; P. Vlaar (2010). MOVISIE

Wanneer bieden professionals in zorg en welzijn de best mogelijke professionele ondersteuning aan burgers die ernaar streven optimaal te functioneren en deel te nemen aan de samenleving? Deze vraag stond centraal bij de ontwikkeling van de Handreiking Professioneel Ondersteunen voor sociaalagogische dienstverlening op de prestatievelden van de Wmo. De handreiking bevat een complete set van standaarden en kenmerken met het doel om de kwaliteit van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning te verbeteren. De Handreiking is samen met de doelgroep ontwikkeld, waardoor de informatie recht uit de praktijk komt. De Handreiking heeft mede input gegeven aan de bakens van Welzijn Nieuwe Stijl.

Zie ook het programma Profesionaliteit Verankerd van Movisie

9.
Eropaf! De nieuwe start van het sociaal werk. J. van der Lans (2010). Uitgever Augustus

Na een kritische reis door de geschiedenis van het welzijnswerk schetst het boek Eropaf! nieuwe ankerpunten voor sociaal werk. Dat werk is gebiedsgericht georganiseerd, herkenbaar aanwezig, activerend en gericht op ‘eigen kracht’, georiënteerd op de leefwereld van mensen en hun sociale ecologie, antibureaucratisch en buiten-institutioneel, krachtig gemandateerd, politiek geruggensteund en wars van snelle (deel)specialismen. Dat zijn niet zomaar wat beleidskreten, dat moet uitgroeien tot een professionele revolutie, een heel andere manier van denken over en organiseren van sociale zorg in Nederland.

10.
Om het kind! Gemeente Amsterdam (2012).

Kinderen en jongeren horen in deze stad (Amsterdam) veilig en gezond op te kunnen groeien, hun talenten te kunnen ontwikkelen en maatschappelijk volwaardig en verantwoordelijk te kunnen participeren. Ouders zijn daarin bepalend; opvoeden is allereerst hun verantwoordelijkheid. Maar ook het bredere sociale netwerk, de familie en vrienden, kennissen en vrijwilligers en professionele hulpverlening dragen hun steentje bij. Er gaat veel goed, maar de hulp aan kinderen en gezinnen kan beter en goedkoper. Het jeugdstelsel is door de jaren heen uitgegroeid tot een omvangrijk en versnipperd stelsel, een monster van Frankenstein. De analyse Systeem in beeld uit 2009 liet zien dat te veel regels, geldstromen, organisaties, specialisaties zijn , waardoor het te duur, te traag en te weinig effectief is. Gelijktijdig zien we dat kinderen ouders nog te vaak doormodderen met problemen, beperkingen te laat worden gezien, dat het gebruik van specialistische jeugdzorg toeneemt en er fors wordt bezuinigd. Op basis van deze nieuwe visie gaat de zorg voor de jeugd van oriëntatie veranderen. Kinderen en ouders staan centraal. Zij kiezen zelf de hulp en steun die ze nodig hebben en houden zelf de regie. De stelselherziening zorg voor de jeugd is de kans om deze verandering werkelijk vorm te geven. Ook wordt er een zorgplicht voor het onderwijs ingevoerd. Deze ontwikkelingen grijpt de gemeente Amsterdam aan om een inhoudelijke en organisatorische hervorming door te voeren. De volgende uitgangspunten staan centraal: 1) ruimte geven aan eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht; 2) kleine problemen blijven klein; 3) snel effectieve hulp in de vertrouwde omgeving. Dit rapport schetst de genoemde hervorming.

Thema 3: Onderwijs en arbeid

1.
Tussen nieuw denken en nieuw doen. Verkenning attitudes rond de wajong. Gejo Duinkerken, Peter Wesdorp, Selle van der Woude (2009). Zoetermeer: WhatWorks.

De centrale vraag van dit onderzoek is welke attitudes bevorderend werken om jongeren met een beperking maximaal te laten participeren. Om op het spoor van stimulerende attitudes te komen, zijn gewenste praktijken onderzocht. Werkgevers zijn geïnterviewd die naar tevredenheid Wajongers in dienst hebben. Zo ook professionals uit de zorg, onderwijs en re-integratiewereld en ouders die hier met elkaar toe bijdragen.
Je zult het maar hebben: een structureel functionele beperking. Fysiek of mentaal. Blind of autist. In een rolstoel zitten, een aangeboren hartafwijking hebben of een borderliner zijn. Veel mensen realiseren zich niet dat je dan, net als alle anderen, ook hoog of juist laag opgeleid kan zijn. Dat je dromen hebt net als ieder ander over wat je later worden wilt. De status Wajong roept vaak verkeerde beelden op. Je bent afgekeurd! Je kunt niet werken! Wat betekent Wajong dan wel? Wajong houdt formeel in dat je niet in staat wordt geacht het minimumloon te kunnen verdienen.

2.
Integrale aanpak multiproblematiek en arbeidstoeleiding: Handreiking voor professionals die een integraal team opzetten of herijken. Wietske Nijhof ; Bob de Levita ; Boukje Culenaere ; Petra Molenaar (2012). Den Haag: Astri/Radar.

Een substantiële groep Nederlanders heeft te maken met meerdere problemen op verschillende leefgebieden, zoals problemen met opvoeding, werk, gezondheid, sociale contacten, schulden, huisvesting enzovoorts. Deze 'multiproblematiek' maakt het verkrijgen en behouden van werk moeilijk. Dat leidt tot langdurige uitkeringsafhankelijkheid en daarmee tot hoge kosten voor gemeenten. Het (her)vinden van de weg naar werk, ook bij mensen met problemen op meerdere leefgebieden, is dus cruciaal voor burgers en gemeenten. Deze handreiking is gebaseerd op ervaringen van professionals in het veld en op programma's en bewezen methodieken. Gericht wordt in deze handreiking op aanpakken en interventies voor preventief, snel en kortdurend ingrijpen in de eerste lijn. Hiermee wordt voorkomen dat problematiek verergert en dat een gezin overlast veroorzaakt of een gevaar vormt voor zichzelf of de omgeving, waardoor zwaarder ingrijpen en (langdurige, specialistische) tweedelijns zorg en ondersteuning noodzakelijk zijn. Deze handreiking is in de eerste plaats bedoeld voor professionals die werken aan het opzetten of herijken van integrale multidisciplinaire teams gericht op de aanpak van (lichte vormen van) multiproblematiek en arbeidstoeleiding.

3.
Werk in behandeling. Onderzoek naar aandacht voor arbeidsparticipatiemogelijkheden van jongeren met een psychiatrische stoornis. Annemarie Kolenberg (2009). LPGGz en CrossOver

Dit rapport beschrijft de resultaten van een studie naar de mate waarin werk en onderwijs een plek hebben in de behandeling van jonge mensen met een psychiatrische stoornis. Jongeren zijn bezig een volwassen identiteit te ontwikkelen. Een psychiatrische stoornis heeft grote impact op deze ontwikkeling en beïnvloedt in sterke mate hun persoonlijk functioneren. Desondanks willen ook deze jongeren mee blijven doen in de maatschappij. De zorg heeft nog weinig oog voor deze behoefte. Bij de uitvoering van hun maatschappelijke rollen komen de jongeren diverse belemmeringen tegen. Dit rapport gaat hierop in. Daarbij worden ook oplossingsrichtingen gegeven. Vervolgens worden de meest voorkomende rehabilitatiemethoden beschreven waarin de rol van onderwijs- en arbeidsdeelname belicht wordt. Daarbij is ook aandacht voor de mening over rehabilitatie in de GGz-praktijk van een aantal geïnterviewden. Tot eind jaren negentig was het vrij ongebruikelijk om mensen met psychiatrische problemen onderwijs in een reguliere opleiding te laten volgen. Het programma Begeleid Leren voor mensen met een psychiatrische problematiek heeft daar verandering in gebracht. Dit programma wordt nader toegelicht. Enkele goede praktijken van rehabilitatie en onderwijs staan beschreven. Tot slot wordt ingegaan op enkele nieuwe ontwikkelingen in de uitvoeringspraktijk van wet en regelgeving die de arbeidstoeleiding van de doelgroep beïnvloeden.

4.
Handreiking integrale zorg – Samenwerken rond jeugd met meervoudige problematiek en hun gezin. Quirien van der Zijden en Karel Diephuis (2012). Partners in jeugdbeleid

Met deze handreiking willen de brancheorganisaties voor jeugdzorg, jeugd-ggz, de zorg voor licht verstandelijk gehandicapten en het speciaal onderwijs een impuls geven aan de verbetering van de zorg voor jeugdigen met ernstige complexe problemen. Voor de behandeling van en begeleiding bij ernstige gedragsproblemen, psychiatrische stoornissen en verstandelijke beperkingen zijn deze jeugdigen en hun gezinnen gedurende kortere of langere tijd aangewezen op specialistische (onderwijs)zorg. Tegelijkertijd is juist voor deze gezinnen ook ondersteuning vanuit reguliere voorzieningen noodzakelijk; voorzieningen op het gebied van opvoeden en opgroeien, welzijn, onderwijs, wonen, werk en inkomen. Het realiseren van samenhang en continuïteit in de (onderwijs)zorg die deze kinderen, jongeren en hun ouders nodig hebben blijkt in de praktijk niet eenvoudig. Door de complexiteit van de problemen van zowel de jeugdigen als hun ouders is niet alleen het aantal betrokken instanties groot, het gaat om heel diverse instanties, ook is veelal een vorm van langdurige zorg of ondersteuning noodzakelijk. In deze handreiking staan de goede voorbeelden van integrale samenwerking beschreven.

5.
Handreiking maatschappelijke steunsystemen. Samenwerken aan participatie van mensen met een psychische kwetsbaarheid. van Bergen, M-A., van de Lindt, S. (2010). Utrecht: MOVISIE ; Trimbos-instituut ; Platform Herstel en Burgerschap

Mensen met een psychische kwetsbaarheid willen net als ieder ander mee kunnen doen in de samenleving. Soms is daarbij extra ondersteuning nodig, bijvoorbeeld om gemakkelijker de weg te vinden in het geheel van voorzieningen in de buurt. Deel uitmaken van een maatschappelijk steunsysteem betekent dat mensen contact hebben of in contact komen met personen en organisaties die deze steun kunnen leveren. Een maatschappelijk steunsysteem ontstaat als ggz-instellingen, welzijnswerk, cliëntenorganisaties, instanties voor woonbegeleiding en vrijwilligersorganisaties samen met familie, vrienden en andere naastbetrokkenen gerichte inspanningen leveren voor het versterken van de participatie van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Zo’n netwerk van organisaties en personen biedt mensen ondersteuning om naar keuze mee te doen. Denk bijvoorbeeld aan het samen zoeken naar passende dagbesteding, het opzetten van ontmoetingsprojecten of het initiëren van maatjesprojecten. Samenwerking aan een maatschappelijk steunsysteem krijgt vorm op drie niveaus: 1. een persoonlijk netwerk met en rond individuele mensen met een psychische kwetsbaarheid; 2. een hulpverlenersnetwerk van professionele hulp- en dienstverleners, vrijwilligers, et cetera; 3. een bestuurlijk netwerk van wethouders, bestuurders van zorgaanbieders en andere voorzieningen in een regio.

6.
Overbelaste jongeren in de regio Arnhem - Naar een gezamenlijke aanpak. T. Eimers, M. Roelofs, A.L. van der Vegt, J. van der Linden, P. Gramberg (2011). Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt / Oberon

Voortijdig schoolverlaten is een groot maatschappelijk probleem. Tegen de achtergrond van de vergrijzing is het van groot economisch belang dat jonge mensen goed voorbereid en gemotiveerd de arbeidsmarkt betreden. Zij zijn nodig om in de komende decennia onze samenleving draaiende te houden. Er is in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen. En met succes. In de regio Arnhem hebben scholen, gemeenten en andere partners er voor gezorgd dat minder jongeren zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Voortijdig schoolverlaten is meer dan een economisch vraagstuk. Het gaat om de toekomst van individuele, jonge mensen. Met de meeste van hen gaat het goed, maar een klein deel groeit op in zeer moeilijke omstandigheden. Zij hebben te maken met tal van problemen. Het is juist die opeenstapeling van problemen die hen zwaar treft. Niet voor niets worden zij in het huidige beleid de 'overbelasten' genoemd. In de regio Arnhem slaan gemeenten en onderwijs de handen ineen om juist deze groep extra te ondersteunen. Dat gebeurt nu al: scholen, hulpverlening, jongerenwerk, gemeenten en anderen organiseren speciale opvang, ondersteuning en begeleiding voor deze jongeren.

7.
Analyse stelselherzieningen werk, onderwijs en zorg vanuit het perspectief van jongeren met een beperking. Wil Verlaan; Neeltje Huvenaars (2012). Nieuwegein: Kennis- en Innovatiecentrum CrossOver

Op basis van de wetsvoorstellen zoals die er nu liggen voor passend onderwijs, verbetering kwaliteit (voortgezet) speciaal onderwijs, Wet werken naar vermogen en de overheveling van de extramurale begeleiding vanuit de AWBZ naar de WMO, heeft CrossOver een analyse gemaakt. Daarbij hebben we gekeken in hoeverre deze wijzigingen van invloed zijn op de positie van jongeren met een beperking. Ons uitgangspunt daarbij is dat jongeren met een beperking moeten kunnen leren en werken naar vermogen zodat zij zoveel mogelijk een zelfstandige plek in de maatschappij kunnen verwerven. In deze notitie hebben we de knelpunten en mogelijke oplossingen ten aanzien van dit uitgangspunt per wetsvoorstel aangegeven. Daarnaast geven we aan op welke manier de aansluiting tussen de wetsvoorstellen verder verbeterd kan worden.

Ondanks de val van het kabinet in het voorjaar van 2012 en het controversieel verklaren van een aantal van genoemde stelselherzieningen, is de notitie nog steeds relevant. Het volgende kabinet zal met dezelfde problemen worden geconfronteerd en verwacht wordt dat de oplossingen niet in drastisch andere hoek gezocht zullen gaan worden.

8.
Activeren door participeren. De meerwaarde van de Wet maatschappelijke ondersteuning voor re-integratie van mensen in de bijstand. Bouwman-van 't Veer, Knijn & van Berkel (2011). Utrecht: Universiteit Utrecht, Movisie.

De onderzoeksgroep Sociaal Beleid en interventies van de Universiteit Utecht is door MOVISIE gevraagd om een verkennende studie te doen naar mogelijk werkzame bestanddelen van de integratie van de Wet Werk en Bijstand (WWB) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). In dit rapport worden de resultaten van dat onderzoek gepresenteerd. Beide wetten beogen een grotere participatie van burgers. De WWB heeft expliciet arbeidsre-integratie als doel, waarbij wel enige ruimte is voor maatschappelijke participatie. De Wmo kan de WWB daarin aanvullen door haar expliciete gerichtheid op maatschappelijke participatie en sociale zelfredzaamheid via de inzet van burgers voor de welzijnsbevordering van medeburgers (civil society) en de ondersteuning van burgers met beperkingen door de lokale overheid (compensatieplicht). Voor zover er de afgelopen jaren sociale activeringsprogramma’s in het kader van de WWB zijn uitgevoerd, is daarin tot nu toe nog nauwelijks gebruikt gemaakt van de mogelijkheden van de Wmo.

9.
De rol van ouders richting economische zelfstandigheid van hun kind met een beperking. A. Oonk (2012). NSGK/BMC

De ouders zijn in het leven van hun kind de meest belangrijke personen die bijdragen aan de ontwikkeling van het kind richting zelfstandigheid. Deze rol van ouder lijkt vooralsnog onderbelicht. NSGK heeft BMC gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de rol van ouders richting economische zelfstandigheid van hun kind met een beperking. Dit rapport toont dat een te beschermde omgeving en een negatieve beeldvorming voor kinderen met een beperking leidt tot verminderde economische zelfstandigheid. Niet alleen ouders, maar ook professionals in onderwijs, zorg en hulpverlening/ondersteuning rondom het kind spelen hierbij een essentiële rol.

10.
Meedoen leer je door mee te doen. Een inventarisatie van de wijze waarop in zorg voor kinderen van 0 tot 12 jaar met beperkingen aandacht besteed wordt aan (toekomstige) maatschappelijke participatie. Inge Sleeboom, Jo Hermanns en Vera Hermanns (2010).Den Haag/Nieuwegein: ZonMW en CrossOver.

Kinderen met een beperking belanden al op jonge leeftijd in het circuit van speciale zorg. Ze gaan naar speciale groepen in de kinderopvang, volgen speciaal onderwijs en wonen apart. Daardoor doen deze kinderen op belangrijke onderdelen niet of nauwelijks mee aan het gewone leven. Dat kan effect hebben op hun verdere maatschappelijke loopbaan. Vroege maatschappelijke participatie voorkomt op latere leeftijd dat jongeren in de Wajong terecht komen, aldus de onderzoekers. Als kinderen met een beperking op jonge leeftijd al in de maatschappij participeren dan zal het aantal jongeren dat afhankelijk is van een uitkering afnemen. Dit onderzoek brengt in kaart of en op welke wijze er bij de zorg voor deze kinderen (0-12 jaar) aandacht is voor toekomstige maatschappelijke participatie. In ‘Meedoen leer je door mee te doen’, is gekeken welke instellingen een sleutelrol vervullen in de zorgketen rondom kinderen met een beperking en hoe deze instellingen kunnen bijdragen aan de maatschappelijke participatie van deze kinderen. De onderzoekers pleiten voor een geïntegreerde aanpak op zoveel mogelijk onderdelen. Ook bevelen zij aan om bij het indiceren en opstellen van behandelplannen voor een integrale aanpak te kiezen met aandacht voor de gevolgen op de langere termijn.

11.
Factsheets samenhang decentralisaties. Vereniging Nederlandse Gemeenten(2012).

Een transformatie van het sociale domein. Een integrale aanpak van werk, jeugdzorg en begeleiding. Invulling van de gemeente als eerste overheid. Deze uiteenlopende beloften worden verbonden aan de drie grote stelselwijzigingen die deze jaren gerealiseerd worden. Het leggen van de dwarsverbanden tussen de transities is daarvoor van groot belang. Een integrale aanpak kan niet alleen bij een belofte blijven, uitvoering ervan is noodzakelijk. Niet alleen voor de burgers om wie het uiteindelijk gaat, maar ook voor de uitvoerbaarheid, de beheersing en de financiering. Tegelijkertijd lopen de transities uiteen in fasering, financiering en doelgroepen. In deze publicatie wordt in een achttal factsheets negen onderwerpen toegelicht die van belang zijn voor het realiseren van samenhang tussen de decentralisaties. Het gaat om de volgende acht onderwerpen: vervoer, opdrachtgeverschap, licht verstandelijk gehandicapten, dagbesteding, cumulatie van maatregelen, regionale samenwerking, informatievoorziening en organisatie & bedrijfsvoering. De gevolgen van de Wet passend onderwijs zijn opgenomen in de factsheets van diverse onderwerpen. In de factsheets worden de onderwerpen kort toegelicht en waar relevant doorverwezen naar beschikbare publicaties en informatiebronnen. Het geeft hiermee een beknopt overzicht van belangrijke dwarsverbanden die spelen tussen de decentralisaties.

12.
Samenhang en coördinatie in de ondersteuning van mensen met ernstige psychische aandoeningen. Frank van Hoof ; Maaike van Vugt (2011). Utrecht: Trimbos instituut

In dit rapport (66 pag.) wordt op verzoek van het Ministerie van VWS een inventarisatie gemaakt van de actuele stand van zaken, afgezet tegen de reeds bestaande kennis en inzichten over voorwaarden voor samenhangende ondersteuning aan mensen met ernstige psychische aandoeningen. Voor de inventarisatie is gebruik gemaakt van eerdere publicaties en eerder onderzoek, van interviews en focusgroepbijeenkomsten met een panel van vertegenwoordigers van relevante veldpartijen en van een raadplegingsronde onder beleidsdeskundigen. De inventarisatie laat zien dat de vraagstukken van de samenhang en de coördinatie door het nieuwe financieringsstelsel voor de GGZ, actueel zijn geworden, maar dat ze op zichzelf niet nieuw zijn. Integrale ondersteuning en regionale samenwerking zijn mogelijk, maar nog niet vanzelfsprekend. De evidentie voor de rehabilitatiebenadering groeit, maar in de praktijk van de GGZ blijft het blikveld nog te vaak beperkt tot alleen de psychische stoornis. De totstandkoming van samenhangende ondersteuning voor mensen met ernstige psychische aandoeningen ondervindt daarnaast nog hinder van een aantal specifieke, actuele omstandigheden. Zo wordt in het veld een tegenstrijdigheid ervaren tussen de oproepen tot samenwerking en de prikkels tot concurreren.

13.
Zorgorganisaties in beeld: Zorgorganisaties in beeld rond jongeren met een beperking. Een beschrijving van actoren en samenhang met de wereld van onderwijs en arbeid. Jeanette Paul (2011). Nieuwegein: CrossOver

Jongeren met een beperking hebben te maken met een groot aantal organisaties en professionals op het terrein van zorg, onderwijs, werk en wonen. Voor de jongeren en hun ouders of verzorgers is het belangrijk te weten wie welke taak heeft. Wie is die ander? Welke formele taak heeft die ander? Deze informatie is ook essentieel voor organisaties en professionals die zich beroepsmatig bezig houden met deze jongeren. Dit rapport (84 pag.) wil: 1. een helder overzicht geven van organisaties die een (belangrijke) rol spelen in de zorg voor jongeren met een beperking; 2. een beschrijving geven van de positie van deze organisaties in het organisatienetwerk rond jongeren met een beperking. Het perspectief hierbij is het bevorderen en behouden van onderwijs en werk door en voor deze jongeren.

14.
Samen opvoeden. Oriëntatie op pedagogische werkvelden. Hans Janssen (2011). Counthino - ISBN 9789046902615

Er komen steeds meer pedagogen met een hbo-opleiding op de arbeidsmarkt. Veel hbo-studenten pedagogiek, SPH of pabo hebben echter onvoldoende kennis van de uiteenlopende pedagogische werkvelden waarin " samen met ouders " wordt opgevoed. Daarmee hebben zij waarschijnlijk ook hun eigen mogelijkheden en kansen in het werkveld niet scherp genoeg voor ogen. Dit boek helpt deze hbo-studenten bij het maken van een beroepskeuze. Het legt een verbinding tussen opvoedingstheorie, (professionele) opvoedingspraktijken en de diverse pedagogische werkvelden. Het eerste hoofdstuk is een beknopte inleiding in de pedagogiek en behandelt opvoedingstheorieën, -stijlen en -methoden, culturele diversiteit en problemen in ontwikkeling en opvoeding. In de volgende twaalf hoofdstukken komen de verschillende werkvelden aan bod; van kinderopvang, opvoedingsondersteuning en onderwijs tot jeugdbescherming, de aanpak van jeugdcriminaliteit en de zorg voor kinderen met een beperking. Elk hoofdstuk begint met een interview met een professional uit de praktijk, en behandelt vervolgens werkvormen en praktijkervaringen. Er zijn opdrachten, waarmee de student zich verder kan verdiepen in het werkveld " individueel of groepsgewijs. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor studenten hbo-pedagogiek, SPH en pabo, maar kan ook nuttig zijn voor pedagogen die verder willen kijken dan hun eigen werkveld.

Te bestellen bij online boekwinkels.

buitenland

Eindelijk een mooie, activerende site voor werkgevers. Stuur een e-card of bekijk de 'Field Guide'! Thinkbeyondthelabel