CrossOverprojecten

om te lezen

Thema 1: Hele klantenbestand

Onderstaande leessuggesties bij thema 1 zijn te bestellen via online boekwinkels.

1.
Retourtje inzicht - creatief met diversiteit voor sociale professionals. T. Loeffen e.a. (2008).

Hoe komt het dat het werken met sommige mensen als vanzelf gaat, terwijl het met anderen veel moeite kost? Het antwoord op deze vraag ligt voor een groot deel verscholen in diversiteit: verschillen in identiteit van de professionals en van de mensen met wie zij werken. Retourtje inzicht helpt toekomstige professionals inzicht te ontwikkelen in de vele facetten van hun eigen identiteit en die van anderen. In het boek wordt gewerkt volgens de Community Art-methode: een nieuwe, creatieve manier van onderzoek doen.

2.
Inclusie, zeggenschap, support - Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is. Martin Schuurman, Anna van der Zwan (2009). Utrecht: Garant Uitgevers - ISBN: 9789044125559

De auteurs behandelen de begrippen inclusie, zeggenschap en support. Invulling geven aan deze begrippen levert geheel nieuwe perspectieven op. Perspectieven op een gewoon leven, met gewone alledaagse dingen. Met daarbij de passende ondersteuning. De persoon en zijn behoeften komen weer centraal te staan. Of het nu gaat om wonen in de samenleving, werken of het volgen van onderwijs. Het betekent ook de ontwikkeling van nieuwe dienstverleningsconcepten die in en met de samenleving tot stand komen. En de waarborging dat kwetsbare mensen en hun families de ondersteuning krijgen op alle terreinen waarop ze die nodig hebben. Zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Oude structuren afbreken is een hardnekkig proces. En nog hardnekkiger is het om oud denken en handelen af te breken. En toch is het de weg die we moeten gaan, we zijn het aan mensen met een beperking verplicht. En aan andere mensen die om de één of ander reden gemarginaliseerd worden. Op weg naar een samenleving waarin iedereen welkom is.

3.
Van gedachten wisselen. Filosofie en ethiek voor sociale beroepen. R. de Brabander (2008). Coutinho.

Als werker in een van de sociale beroepen* word je bijna dagelijks geconfronteerd met vragen die een filosofisch karakter hebben: Zijn drugsgebruikers verantwoordelijk voor hun verslaving? Is een gedwongen opname menswaardiger dan het respecteren van de zelfbeschikking van een psychiatrisch patiënt? Moeten hangjongeren keihard worden aangepakt? In de antwoorden op deze vragen gaan opvattingen schuil over verantwoordelijkheid, menswaardigheid, macht, vrijheid en rechtvaardigheid. Deze opvattingen werken door in de manier waarop professionals handelen. Daarom mag van hen worden verwacht dat zij stilstaan bij de vraag hoe er gedacht kan worden over dit soort thema's. In Van gedachten wisselen worden deze thema's uitgewerkt vanuit verschillende disciplines van de filosofie, zoals politieke filosofie, sociale filosofie en existentiefilosofie. Door de praktijkgerichte uitwerking is Van gedachten wisselen een zeer toegankelijk boek voor studenten van sociale opleidingen en voor professionals.

* ‘Sociale beroepen’ kunt u breed opvatten.

4.
Reflecteren: de basis. Op weg naar bewust en bekwaam handelen. M. Groen (2006). Noordhoff Uitgevers

Reflectie is een veel gehanteerde vorm van leren in het beroepsonderwijs, maar tegelijk ook een competentie die studenten moeten leren. Reflecteren is met name voor beginnende studenten een vrij abstracte aangelegenheid. Dit boek poogt een antwoord te geven op de vraag hoe je jezelf ontwikkelt van een persoon die niet bekend is met reflectie, tot een persoon die begint met en vaardig wordt in reflecteren: op weg naar bewust en bekwaam handelen. Reflecteren: de basis traint de student in eerste instantie te reflecteren op alledaagse situaties. Dit vormt een fundament om te kunnen reflecteren op toekomstige beroepssituaties.

5.
Methodisch werken. Inleiding tot methodisch handelen met en voor mensen. P. Winkelaar (2001). Uitgever de Tijdstroom

In Methodisch werken worden zaken behandeld die fundamenteel zijn voor het methodisch werken in een sociale context. Het vormt een eerste oriëntatie, reikt kennis, inzicht en vaardigheden aan die nodig zijn voor een beroepshouding. Dit beknopte en systematisch opgezette leerboek is vooral geschikt voor de eerste jaren van het hoger beroepsonderwijs, met name voor de verschillende studierichtingen van het sociaal-agogisch onderwijs. Maar dit boek kan ook als handboek of eenvoudig naslagwerk in werksituaties worden gebruikt. In vergelijking met de eerdere drukken sluit het boek nu ook aan bij studenten die nog geen werkervaring hebben. Het gaat in dit boek vooral om het aanreiken van een kader, om het aangeven van de grote lijn en minder om de uitwerking naar specifieke werksoorten of verdieping van details. Wie mensen niet in het geheel ziet, ziet mensen in het geheel niet!

6.
Tussen nieuw denken en nieuw doen. Verkenning attitudes rond de wajong. Gejo Duinkerken, Peter Wesdorp, Selle van der Woude (2009). Zoetermeer: WhatWorks.

De centrale vraag van dit onderzoek is welke attitudes bevorderend werken om jongeren met een beperking maximaal te laten participeren. Om op het spoor van stimulerende attitudes te komen, zijn gewenste praktijken onderzocht. Werkgevers zijn geïnterviewd die naar tevredenheid Wajongers in dienst hebben. Zo ook professionals uit de zorg, onderwijs en re-integratiewereld en ouders die hier met elkaar toe bijdragen.
Je zult het maar hebben: een structureel functionele beperking. Fysiek of mentaal. Blind of autist. In een rolstoel zitten, een aangeboren hartafwijking hebben of een borderliner zijn. Veel mensen realiseren zich niet dat je dan, net als alle anderen, ook hoog of juist laag opgeleid kan zijn. Dat je dromen hebt net als ieder ander over wat je later worden wilt. De status Wajong roept vaak verkeerde beelden op. Je bent afgekeurd! Je kunt niet werken! Wat betekent Wajong dan wel? Wajong houdt formeel in dat je niet in staat wordt geacht het minimumloon te kunnen verdienen.

Thema 2: Ondersteunen en eigen regie

1.
Empowerment en participatie van kwetsbare burgers - Ervaringskennis als kracht. Tine van Regenmortel (2010). Amsterdam: Uitgeverij SWP Amsterdam - ISBN: 9789088501661

Cliënten in de ggz, mensen in armoede, breekbare ouderen: kwetsbare burgers die vaak niet op een volwaardige manier deel uitmaken van de samenleving. Een kansrijker aanpak om deze mensen volwaardig te laten meedoen in de samenleving gaat uit van empowerment: dit doet een appel aan zelfredzaamheid, daarbij gebruikmakend van ervaringsdeskundigheid van de betrokkenen zelf. De auteurs gaan in deze uitgave in op een veelheid aan thema’s rond achtergronden, uitwerking en processen bij empowerment. De diversiteit aan bijdragen biedt een kleurrijk palet voor hulpverleners, managers van welzijns- en gezondheidsinstellingen, beleidsverantwoordelijken, wetenschappers, docenten en studenten van het hoger sociaal agogisch onderwijs en niet in het minst voor de kwetsbare burgers zelf.

Te bestellen via online boekwinkels.

2.
Eerst denken en dan doen: over het versterken van de eigen kracht van gezinnen en het beter benutten van het sociale netwerk. Rede ter aanvaarding van de functie van bijzonder lector ‘Opvoeden in het Publieke Domein’. G. Cardol (2012.)Hogeschool Zuyd, Faculteit Sociale Studies.

Het lectoraat 'Opvoeden in het publieke domein’ richt zich op het versterken van de eigen kracht van gezinnen en het beter benutten van het sociale netwerk rondom het gezin. En dat bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium, als er nog geen opvoedproblemen zijn, maar nog slechts opvoedvragen. Deze rede is als volgt opgebouwd: allereerst wordt ingaan op de betekenis van het gezin en de wijze waarop opvoeding is veranderd ten opzichte van enkele decennia geleden. Vervolgens wordt ingezoomd op de sociale omgeving van het gezin. Wat wordt hieronder verstaan, is de begripsdefinitie eigenlijk wel duidelijk? En: wat kan de waarde van de sociale omgeving zijn voor het gezin? Daarna wordt aandacht besteed aan de rol van de overheid. Hoe verhoudt de overheid zich tot het gezin, welke verwachtingen, of misschien meer dwingend geformuleerd, welke eisen stelt de overheid aan het gezin? De betekenis hiervan wordt vertaald voor diegenen die met het gezin werken, waarbij gericht zal worden tot de professional. Tot slot wordt aangegeven hoe bij de vervulling van dit lectoraat aan de genoemde aspecten invulling zal worden gegeven.

3.
Empowerment of employees with a chronic disease. Inge Varekamp (2012). Proefschrift. UvA/ GVO drukkers & vormgevers B.V. | Ponsen & Looijen

Dit proefschrift gaat over de knelpunten die werknemers met een chronische aandoening op hun werk ondervinden en over een training die deze werknemers ondersteunt bij het oplossen van deze knelpunten. Deze training is gebaseerd op het ‘empowerment’ principe: het vergroten van kennis, vaardigheden en bewustzijn van eigen waarden en behoeften, om de deelnemers in staat te stellen doelen te definiëren, oplossingen te bespreken en te realiseren. Het vergroten van het vertrouwen in eigen kunnen wat dit betreft - ‘perceived self-efficacy’ in termen van de sociale leertherorie van Bandura - is een onderdeel van deze empowerment benadering. Dit proefschrift behandelt de volgende vragen:
1. Hoe gaat het met mensen met een chronische ziekte op de arbeidsmarkt en welke knelpunten ervaren zij rond hun werk?
2. Zijn er vormen van arbeidsbegeleiding beschreven die uitgaan van een empowerment perspectief en die gericht zijn op behoud van werk; zijn deze effectief gebleken?
3. Is een dergelijke empowerment training in Nederland te ontwikkelen en uitvoerbaar; zijn de deelnemers daar tevreden over?
4. Welke problemen en oplossingsstrategieën komen bij deze training naar voren?
5. Is een dergelijke interventie effectief?

4.
Klanten met meervoudige problematiek - Kennisdocument re-integratie. Duinkerken, G. , Graafland, H., Wesdorp, P. (2010). Interventies naar werk/ Divosa.

In dit document (20 pagina’s) wordt uiteengezet welke werkende bestanddelen van een interventie het meest effectief zijn voor de veel voorkomende groep klanten, namelijk klanten met meervoudige problematiek (multiproblematiek). Door het hebben van meerdere problemen tegelijkertijd, is de zelfredzaamheid van de klant een centraal item geworden. Dit document biedt inzicht in effectieve interventies en handelingen en in de klantkenmerken van deze groep.

5.
Sturen op zelfsturing; Advies over zelfsturing in de re-integratiepraktijk. Pieter Jan Biesheuvel (2010). Raad voor Werk en Inkomen

In dit advies staat het begrip zelfsturing centraal als invalshoek bij re-integratie. Zelfsturing in re-integratie wil zeggen dat werkzoekenden in staat worden gesteld om vorm en inhoud te geven aan hun re-integratie, om zelf de regie te nemen over hun terugkeer naar de arbeidsmarkt. Veel werkzoekenden zijn daar zeker toe in staat en dat vermogen moet worden benut. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Re-integratie is vaak teveel een zaak van ‘voor u, niet door u’, waarbij de wensen en opvattingen van de (langdurig) werkzoekende zelf niet worden meegewogen. In dit advies wordt benadrukt dat re-integratie een vorm van ‘sturen op zelfsturing’ zou moeten betekenen, waarbij de inspanningen gericht zijn op het vergroten van het vermogen om zelfstandig keuzes te maken, doelen te stellen en te bereiken. Met als doel weer mee doen aan de samenleving, en mogelijk toetreding tot de arbeidsmarkt. U vindt hier tevens een handreiking en een achtergrondstudie naar het begrip zelfredzaamheid.

6.
Waar bemoei je je mee? Eric Bosch (2009). Uitgeverij Boom/ Nelissen

Dit boek (135 pagina’s) gaat over morele dilemma´s in de hulpverlening. Morele dilemma´s ontstaan door het spanningsveld tussen autonomie versus beschermwaardigheid. Diverse aspecten van morele dilemma´s komen in het boek aan bod. Kennis van deze aspecten vormt de basis voor verantwoorde besluitvorming. Ook is het een aanloop naar een stappenplan dat concrete handvatten biedt bij het zorgvuldig omgaan met morele dilemma´s. De casuïstiek in het boek gaat onder andere over agressie, dood en zinbeleving.

Te bestellen via online boekwinkels.

Thema 3: Onderwijs en arbeid

1.
Integrale aanpak multiproblematiek en arbeidstoeleiding: Handreiking voor professionals die een integraal team opzetten of herijken. Wietske Nijhof ; Bob de Levita ; Boukje Culenaere ; Petra Molenaar (2012). Den Haag: Astri/Radar.

Een substantiële groep Nederlanders heeft te maken met meerdere problemen op verschillende leefgebieden, zoals problemen met opvoeding, werk, gezondheid, sociale contacten, schulden, huisvesting enzovoorts. Deze 'multiproblematiek' maakt het verkrijgen en behouden van werk moeilijk. Dat leidt tot langdurige uitkeringsafhankelijkheid en daarmee tot hoge kosten voor gemeenten. Het (her)vinden van de weg naar werk, ook bij mensen met problemen op meerdere leefgebieden, is dus cruciaal voor burgers en gemeenten. Deze handreiking is gebaseerd op ervaringen van professionals in het veld en op programma's en bewezen methodieken. Gericht wordt in deze handreiking op aanpakken en interventies voor preventief, snel en kortdurend ingrijpen in de eerste lijn. Hiermee wordt voorkomen dat problematiek verergert en dat een gezin overlast veroorzaakt of een gevaar vormt voor zichzelf of de omgeving, waardoor zwaarder ingrijpen en (langdurige, specialistische) tweedelijns zorg en ondersteuning noodzakelijk zijn. Deze handreiking is in de eerste plaats bedoeld voor professionals die werken aan het opzetten of herijken van integrale multidisciplinaire teams gericht op de aanpak van (lichte vormen van) multiproblematiek en arbeidstoeleiding.

2.
Onbekend maakt onbemind. Attitude onderzoek naar de positie van arbeidsgehandicapten op de arbeidsmarkt. Petersen van, A., Vonk, M. (2004). Een onderzoek in opdracht van Commissie het Werkend Perspectief. Leiden: Research voor Beleid.

Deze rapportage van 108 pagina’s beschrijft de uitkomsten van het attitudeonderzoek naar de beeldvorming rond mensen met een handicap, chronische ziekte of psychische aandoening. Het is geschreven in opdracht van de Commissie ’t Werkend Perspectief. Begin oktober 2003 hebben ruim 1300 mensen in het kader van dit onderzoek een internet vragenlijst ingevuld over hun persoonlijke houding, kennis en ervaring ten aanzien van arbeidsgehandicapten in het algemeen, en meer specifiek ten aanzien van arbeidsgehandicapten in het arbeidsproces. De arbeidsmarkt lijkt voor mensen met een handicap, chronische ziekte of psychische aandoening maar beperkt toegankelijk. Een deel van de verklaring voor de lage arbeidsparticipatie ligt in de beeldvorming die rond deze categorie arbeidskrachten bestaat. Arbeidsgehandicapten hebben te maken met specifieke belemmeringen en hindernissen voortkomende uit gebrek aan kennis en negatieve beeldvorming onder potentiële werkgevers en collega’s.

3.
Maatwerk bij meervoudigheid - Domeinoverstijgende dienstverlening aan mensen met meervoudige problematiek. Inspectie Werk en Inkomen (2010). Den Haag: Ministerie Sociale zaken en Werkgelegenheid

Rapport van 60 pagina’s.
Een grote groep mensen in Nederland heeft problemen op meerdere levensgebieden. Dat kunnen problemen zijn in de sfeer van schulden, verslaving, taalachterstand, fysieke en/of psychische gezondheid, huisvesting enz. Mensen met een zogenoemde meervoudige problematiek zijn voor de hulpverlening aangewezen op veel verschillende instanties. Het aandeel cliënten met meervoudige problematiek in de keten van werk en inkomen is substantieel; geschat wordt dat 50-70 procent van de bijstandsgerechtigden kampt met meervoudige problematiek. In het onderzoek dat voor u ligt, staat de volgende vraagstelling centraal: Hoe krijgt anno 2009 de dienstverlening vanuit het stelsel voor werk en inkomen voor de groep WW’ers en WWB’ers met meervoudige problematiek vorm, welke samenwerking vindt daarbij plaats met organisaties uit andere domeinen en in hoeverre is er zicht op de effecten van deze dienstverlening? Door gestructureerd aandacht te besteden aan de grote groep mensen met meervoudige problematiek en door samenwerking met andere hulpverleningsinstanties, komen de uitvoerders van de sociale zekerheid toe aan een van de opdrachten die hen is gesteld in SUWI, namelijk integrale dienstverlening in samenwerking met hulpverleners die zich bevinden in aanpalende terreinen als onderwijs, (jeugd)zorg en maatschappelijke ondersteuning.

4.
Samenwerken voor uitkeringsgerechtigden met gezondheidsproblemen. Inspectie Werk en Inkomen (2011). Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Een belangrijke doelstelling van de sector werk en inkomen is het activeren en reintegreren van zoveel mogelijk uitkeringsgerechtigden. Voor het realiseren van die doelstelling is zij afhankelijk van verschillende andere sectoren. Een van die sectoren is de gezondheidszorg. Dit is een belangrijke sector, omdat uitkeringsgerechtigden relatief vaak kampen met gezondheidsproblemen. Samenwerking biedt kansen om de dienstverlening aan uitkeringsgerechtigden met gezondheidsproblemen effectiever en efficiënter te laten verlopen. Ook samenwerking met professionals in aanpalende terreinen als onderwijs, (jeugd)zorg en maatschappelijke ondersteuning is essentieel.
Met dit rapport beoogt de inspectie een bijdrage te leveren aan het functioneren van het stelsel werk en inkomen door de belangrijkste leerpunten uit innovatieve samenwerkingsinitiatieven tussen de twee sectoren te beschrijven. Een belangrijke voorwaarde blijkt dat de betrokken professionals een gevoel van urgentie delen en een gemeenschappelijk doel voor ogen hebben. In het licht van de aankomende arbeidskrapte is het creëren van draagvlak voor dit gemeenschappelijke doel in het bijzonder van belang.

5.
Overbelaste jongeren in de regio Arnhem - Naar een gezamenlijke aanpak. T. Eimers, M. Roelofs, A.L. van der Vegt, J. van der Linden, P. Gramberg (2011). Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt / Oberon

Voortijdig schoolverlaten is een groot maatschappelijk probleem. Tegen de achtergrond van de vergrijzing is het van groot economisch belang dat jonge mensen goed voorbereid en gemotiveerd de arbeidsmarkt betreden. Zij zijn nodig om in de komende decennia onze samenleving draaiende te houden. Er is in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen. En met succes. In de regio Arnhem hebben scholen, gemeenten en andere partners er voor gezorgd dat minder jongeren zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Voortijdig schoolverlaten is meer dan een economisch vraagstuk. Het gaat om de toekomst van individuele, jonge mensen. Met de meeste van hen gaat het goed, maar een klein deel groeit op in zeer moeilijke omstandigheden. Zij hebben te maken met tal van problemen. Het is juist die opeenstapeling van problemen die hen zwaar treft. Niet voor niets worden zij in het huidige beleid de 'overbelasten' genoemd. In de regio Arnhem slaan gemeenten en onderwijs de handen ineen om juist deze groep extra te ondersteunen. Dat gebeurt nu al: scholen, hulpverlening, jongerenwerk, gemeenten en anderen organiseren speciale opvang, ondersteuning en begeleiding voor deze jongeren.

6.
Analyse stelselherzieningen werk, onderwijs en zorg vanuit het perspectief van jongeren met een beperking. Wil Verlaan; Neeltje Huvenaars (2012). Nieuwegein: Kennis- en Innovatiecentrum CrossOver

Op basis van de wetsvoorstellen zoals die er nu liggen voor passend onderwijs, verbetering kwaliteit (voortgezet) speciaal onderwijs, Wet werken naar vermogen en de overheveling van de extramurale begeleiding vanuit de AWBZ naar de WMO, heeft CrossOver een analyse gemaakt. Daarbij hebben we gekeken in hoeverre deze wijzigingen van invloed zijn op de positie van jongeren met een beperking. Ons uitgangspunt daarbij is dat jongeren met een beperking moeten kunnen leren en werken naar vermogen zodat zij zoveel mogelijk een zelfstandige plek in de maatschappij kunnen verwerven. In deze notitie hebben we de knelpunten en mogelijke oplossingen ten aanzien van dit uitgangspunt per wetsvoorstel aangegeven. Daarnaast geven we aan op welke manier de aansluiting tussen de wetsvoorstellen verder verbeterd kan worden.

Ondanks de val van het kabinet in het voorjaar van 2012 en het controversieel verklaren van een aantal van genoemde stelselherzieningen, is de notitie nog steeds relevant. Het volgende kabinet zal met dezelfde problemen worden geconfronteerd en verwacht wordt dat de oplossingen niet in drastisch andere hoek gezocht zullen gaan worden.

7.
Activeren door participeren. De meerwaarde van de Wet maatschappelijke ondersteuning voor re-integratie van mensen in de bijstand. Bouwman-van 't Veer, Knijn & van Berkel (2011). Utrecht: Universiteit Utrecht, Movisie.

De onderzoeksgroep Sociaal Beleid en interventies van de Universiteit Utecht is door MOVISIE gevraagd om een verkennende studie te doen naar mogelijk werkzame bestanddelen van de integratie van de Wet Werk en Bijstand (WWB) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). In dit rapport worden de resultaten van dat onderzoek gepresenteerd. Beide wetten beogen een grotere participatie van burgers. De WWB heeft expliciet arbeidsre-integratie als doel, waarbij wel enige ruimte is voor maatschappelijke participatie. De Wmo kan de WWB daarin aanvullen door haar expliciete gerichtheid op maatschappelijke participatie en sociale zelfredzaamheid via de inzet van burgers voor de welzijnsbevordering van medeburgers (civil society) en de ondersteuning van burgers met beperkingen door de lokale overheid (compensatieplicht). Voor zover er de afgelopen jaren sociale activeringsprogramma’s in het kader van de WWB zijn uitgevoerd, is daarin tot nu toe nog nauwelijks gebruikt gemaakt van de mogelijkheden van de Wmo.

8.
Werken aan een inclusieve samenleving: goede praktijken. Anouk K. Bolsenbroek, Douwe J. van Houten (2010). Amsterdam: Uitgeverij Boom Nelissen - ISBN: 9789024418633

In dit boek maken de auteurs zich sterk voor het ideaal van de inclusieve samenleving. Aan de hand van praktijkvoorbeelden laten zij zien dat het mogelijk is dat ieder individu participeert op zijn eigen manier, hoe wenselijk dat eigenlijk is, en hoe iedereen in kleine stapjes aan de inclusieve samenleving kan werken. Een inclusieve samenleving is een samenleving waar iedereen tot zijn recht kan komen. Het maakt niet uit welke culturele achtergrond, gender, leeftijd, talenten of beperkingen iemand heeft. Iedereen neemt op een gelijkwaardige manier deel aan de maatschappij. Mensen worden aangesproken op hun mogelijkheden, niet op hun beperkingen.
Voor veel mensen lijkt dit een onhaalbaar streven. Kunnen kinderen met een verstandelijke beperking samen met leerlingen zonder beperkingen onderwijs volgen? Is het mogelijk dat blinde mensen op een gelijkwaardige manier participeren in het arbeidsproces? En hoe zit het met de deelname van ouderen aan de samenleving? Of met mensen met psychische problematiek? Werken aan een inclusieve samenleving is bedoeld voor eenieder die persoonlijk of beroepshalve in het ideaal van een inclusieve samenleving geïnteresseerd is. Ook studenten, beleidsmakers en professionals die snel wegwijs willen worden in de theorie en praktijk van inclusie vinden in dit boek een goede bron van informatie.

Te bestellen via online boekwinkels. Zie een recensie.

Van dezelfde auteurs:
De standaardmens voorbij (1999) en De gevarieerde samenleving (2004).

9.
Stigma en Werk in beeld: Rapportage vooronderzoek. Annemarie Kolenberg (2012). Stichting Samen Sterk tegen Stigma

In dit vooronderzoek (36 pag.) is onderzocht welke vooroordelen bij de ketenpartijen en mensen met psychische aandoeningen heersen en welke interventies effectief zijn en nog moeten worden ontwikkeld om meer kans op betaald werk te genereren. Het onderzoek bestond uit deskresearch, focusgroepen met alle betrokken partijen en interviews met professionals uit het werkveld. Onbekendheid en vooroordelen vormen de belangrijkste drempel om mensen met een psychische aandoeningen aan te nemen. Van alle negatieve beelden over psychiatrische patiënten zijn hun vermeende gevaarlijkheid en onvoorspelbaarheid de meest hardnekkige. Een veel voorkomend vooroordeel bij de ketenpartijen is dat mensen met een psychische aandoening niet kunnen werken. 'Eens ziek, altijd ziek.'Werkgevers zijn huiverig mensen met psychische aandoeningen in dienst te nemen. Vaak is er weinig begrip bij collega's en leidinggevenden. De voornaamste belangen voor de werkgever om mensen met een (psychische) aandoening aan te nemen zijn diversiteit van de werknemers, economisch voordeel en anticiperen op afnemend arbeidspotentieel. Duurzaam, mensgericht ondernemen leidt tot persoonlijke ontwikkeling en werkgeluk. Dit verbetert de marktpositie van bedrijven. Door meer kennis over de stoornis kan meer begrip worden gekweekt. Het gaat hierbij vooral om meer kennis en openheid over de aandoening en/of bijbehorende beperkingen dan over een bepaalde persoon.

10.
Factsheets samenhang decentralisaties. Vereniging Nederlandse Gemeenten(2012).

Een transformatie van het sociale domein. Een integrale aanpak van werk, jeugdzorg en begeleiding. Invulling van de gemeente als eerste overheid. Deze uiteenlopende beloften worden verbonden aan de drie grote stelselwijzigingen die deze jaren gerealiseerd worden. Het leggen van de dwarsverbanden tussen de transities is daarvoor van groot belang. Een integrale aanpak kan niet alleen bij een belofte blijven, uitvoering ervan is noodzakelijk. Niet alleen voor de burgers om wie het uiteindelijk gaat, maar ook voor de uitvoerbaarheid, de beheersing en de financiering. Tegelijkertijd lopen de transities uiteen in fasering, financiering en doelgroepen. In deze publicatie wordt in een achttal factsheets negen onderwerpen toegelicht die van belang zijn voor het realiseren van samenhang tussen de decentralisaties. Het gaat om de volgende acht onderwerpen: vervoer, opdrachtgeverschap, licht verstandelijk gehandicapten, dagbesteding, cumulatie van maatregelen, regionale samenwerking, informatievoorziening en organisatie & bedrijfsvoering. De gevolgen van de Wet passend onderwijs zijn opgenomen in de factsheets van diverse onderwerpen. In de factsheets worden de onderwerpen kort toegelicht en waar relevant doorverwezen naar beschikbare publicaties en informatiebronnen. Het geeft hiermee een beknopt overzicht van belangrijke dwarsverbanden die spelen tussen de decentralisaties.

11.
Zorgorganisaties in beeld: Zorgorganisaties in beeld rond jongeren met een beperking. Een beschrijving van actoren en samenhang met de wereld van onderwijs en arbeid. Jeanette Paul (2011). Nieuwegein: CrossOver

Jongeren met een beperking hebben te maken met een groot aantal organisaties en professionals op het terrein van zorg, onderwijs, werk en wonen. Voor de jongeren en hun ouders of verzorgers is het belangrijk te weten wie welke taak heeft. Wie is die ander? Welke formele taak heeft die ander? Deze informatie is ook essentieel voor organisaties en professionals die zich beroepsmatig bezig houden met deze jongeren. Dit rapport (84 pag.) wil: 1. een helder overzicht geven van organisaties die een (belangrijke) rol spelen in de zorg voor jongeren met een beperking;
2. een beschrijving geven van de positie van deze organisaties in het organisatienetwerk rond jongeren met een beperking. Het perspectief hierbij is het bevorderen en behouden van onderwijs en werk door en voor deze jongeren.

12.
Reëel in werk. Een onderzoek naar de verschillende wijzen waarop werknemers met functionele beperkingen omgaan met de eisen die het werk stelt. Karen van den Toren, Frans J. N. Nijhuis, Petra A. M. E. Crombag-Röben, Karin van Soest, Brigitte van Lierop (2008). Maastricht: Universiteit Maastricht

Voor een succesvolle arbeidsparticipatie is het noodzakelijk dat mensen met een functiebeperking er in slagen om zo goed mogelijk hun arbeid te kunnen verrichten. Hiervoor kunnen onder andere materiële aspecten (bijv. hulpmiddelen), organisatorische (bijv. werktijden) en gedragscomponenten van belang zijn. Met betrekking tot het gedrag kunnen zowel het gedrag van de collega’s en van de leidinggevende als het eigen gedrag een belangrijke rol spelen. In dit onderzoek is gekeken naar de verschillende wijzen waarop werknemers met functionele beperkingen omgaan met de eisen die de werksituatie stelt. Deze kennis kan een bijdrage leveren aan het vergroten van de arbeidsmogelijkheden van werknemers met beperkingen. Uitgangspunt is de wijze waarop werknemers met een functiebeperking hun eigen werk beleven en vorm geven aan hun arbeidsparticipatie. Op deze manier kan achterhaald worden hoe zij omgaan met hun beperkingen in relatie tot de eisen die de werksituatie stelt. Door analyse van deze handelingswijzen ontstaan er bruikbare voorbeeldstrategieën voor andere mensen met beperkingen, zowel voor personen met als zonder werk. Zij zien welke manieren er zijn om werkhervatting en werkbehoud mogelijk te maken. Ook kunnen de resultaten van dit onderzoek benut worden om mensen met functionele beperkingen te ondersteunen bij het succesvol participeren in de arbeid.

buitenland

Eindelijk een mooie, activerende site voor werkgevers. Stuur een e-card of bekijk de 'Field Guide'! Thinkbeyondthelabel