CrossOverprojecten

om te lezen

Thema 1: Omgaan met verschillen
1.
Pedagogiek in de onderwijspraktijk: een geïntegreerde benadering. Jeroen Onstenk (2011). Coutinho Uitgeverij

Dit boek biedt docenten ondersteuning bij het ontwikkelen van een eigen visie en een geïntegreerde benadering van pedagogisch handelen in het onderwijs. De maatschappij stelt namelijk hoge eisen aan leraren. Kinderen moeten goede resultaten behalen, maar ook ondersteund worden in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. De leraar moet zorgen voor een veilig en optimaal leerklimaat voor iedereen in de klas. Het boek bespreekt drie dimensies van de pedagogische visie: 1) de pedagogische opdracht, 2) het pedagogische klimaat en 3) het pedagogisch perspectief op de leeromgeving. Daarbij is er aandacht voor passend onderwijs, omgaan met diversiteit en voor het samenwerken met ouders en onderwijsdeskundigen in en rond de school.

Dit boek is bedoeld voor pabostudenten, studenten pedagogiek en leerkrachten in het basisonderwijs en het vmbo. De auteur is lector Geïntegreerd Pedagogisch Handelen aan de Hogeschool InHolland.

Te bestellen bij online boekwinkels.

2.
Inclusief onderwijs - Dilemma's en uitdagingen. H. Schuman (2010). Maklu Uitgever- ISBN: 9789044125443

Elke samenleving worstelt met de uitdaging hoe om te gaan met het gegeven dat mensen van elkaar verschillen. Deze worsteling is van alle tijden en heeft soms tot dramatische uitkomsten geleid voor bepaalde groepen mensen. Uitsluiting is er slechts een van. Uitsluiting wordt bijvoorbeeld zichtbaar in het onderwijs, op de arbeidsmarkt en in het gebruik van de openbare ruimte. Segregatie op jonge leeftijd leidt niet zelden tot levenslange uitsluiting. Jongeren met een beperking of handicap bijvoorbeeld, lopen een groot risico nooit aan het werk te komen en levenslang afhankelijk te blijven van een uitkering. Inclusief onderwijs, dilemma’s en uitdagingen beschrijft de worsteling van het onderwijs met het omgaan met en het vormgeven van diversiteit.

Te bestellen bij online boekwinkels

3.
Naar een inclusieve omgeving. Kees Dijkstra, Diane van Brakel, Ellen van Wetter, Henk Logtenberg (2008). Hogeschool Windesheim

Wat vinden leerkrachten van inclusief onderwijs? Welke percepties hebben leerkrachten, ouders en leerlingen over inclusie? Daar hebben de auteurs van dit boek onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat leerkrachten meer scholing en ondersteuning willen om voldoende toegerust te zijn. Er zijn handreikingen ontwikkeld. Twee voorbeelden worden beschreven: een handreiking voor slechtziende leerlingen en een voorbeeld van empowerment bij rekengesprekken bij leerlingen met rekenproblemen. De auteurs zijn allen verbonden aan de OSO-opleiding van Windesheim (Opleidingen Speciale Onderwijszorg). Kees Dijkstra heeft onderzoek gedaan naar wat leerkrachten van inclusief onderwijs vinden en wat dat betekent voor bachelor- en masteropleidingen. Hij pleit in zijn artikel voor "verantwoorde inclusie". Diane van Brakel gaat in op percepties van leerkrachten, ouders en leerlingen over inclusie. Ellen van Wetter geeft een handreiking voor de leerkracht om de slechtziende leerling in het reguliere onderwijs goed te ondersteunen. Henk Logtenberg heeft met een aantal voltijdstudenten van de masteropleiding een protocol rekengesprek ontwikkeld. Om inclusie mogelijk te maken lijkt er in de praktijk een roep te bestaan om terug te gaan naar de leerkracht die aandacht krijgt, en gezien en gehoord wordt. Empowerment is een modewoord, dat geven we onmiddellijk toe. Toch is dat wat dit boek wil doen: leerkrachten uitnodigen en motiveren om na te denken over waar zij staan met hun school in de ontwikkelingen in het onderwijs.

Te bestellen bij online boekwinkels

4.
Inclusief onderwijs en de praktijk in de klas in het voortgezet onderwijs Meijer, C. (ed.) (2005). European Agency for Development in Special Educational Needs

Het project ‘Inclusief onderwijs en de praktijk in de klas in het voortgezet onderwijs’ is een uitbreiding van het werk dat eerder in het basisonderwijs is uitgevoerd. Het is gebaseerd op het zelfde kader, doelen en methodologie. Gebaseerd op een internationale literatuurstudie, case-studys in 14 Europese landen, bezoeken van experts aan vijf landen en verschillende discussies met de experts en de nationale coördinatoren van het European Agency, is een aantal kenmerken van belang bij de ontwikkeling van de praktijk van inclusief voortgezet onderwijs beschreven. Deze bevindingen kunnen gezien worden als mogelijke strategieën voor het verbeteren van inclusief voortgezet onderwijs. Op grond van de rapportages van de case-studys in de landen en de rapportages van de bezoeken van de experts kunnen de strategieën verder toegelicht en aangevuld worden. In lijn met de conclusies van de eerste fase van het onderzoek in het basisonderwijs, kan betoogd worden dat ook in voortgezet onderwijs geldt, dat wat goed is voor leerlingen met beperkingen, ook goed is voor alle andere leerlingen.

5.
Inclusief onderwijs, wie kan daar nu tegen zijn. Franke, R.

Inclusief Onderwijs is een onafwendbaar concept geworden in ons huidig onderwijs. Het gaat over lesgeven aan kinderen die onderling sterk kunnen verschillen. Het is wezenlijk anders, dan ons huidig onderwijs. Daar worden leerlingen nog op basis van hun achtergrond in verschillende soorten scholen geplaatst en onderwezen. Binnen de visie van inclusief onderwijs wordt iedere leerling, als volwaardige burger met gelijke rechten, als maat en uitgangspunt genomen. Kortom: inclusief onderwijs is een recht dat ieder kind toekomt.

6.
Dispelling the myths of inclusive education. TASH (2012).Verenigde Staten, Washington DC.

In deze factsheet worden de mythen rondom inclusief onderwijs uiteen gezet. Op basis van onderzoek wordt onder meer aangegeven dat jongeren met beperkingen niet slechter presteren in regulier onderwijs en dat hetzelfde geldt voor de andere kinderen wanneer er kinderen met beperkingen in hun klas zitten. Tevens staan aan het einde nog een aantal leessuggesties vermeld.

7.
Doe maar gewoon: Een exploratief onderzoek vanuit een leerplankundig perspectief. N. Boswinkel ; A.B. van Leeuwen (2008). Enschede: Stichting leerplanontwikkeling SLO

In dit rapprt (176 pag.) wordt verslag gedaan van een studie, waarin is gekeken naar in hoe succesvol de integratie is van leerlingen met een beperking in het regulier voortgezet onderwijs. Hoe gaat het met de betreffende leerlingen en waar lopen docenten tegenaan? Zijn ouders tevreden en zijn scholen voldoende in staat de juiste randvoorwaarden te creëren? Onderwijs is mensenwerk, dat blijkt telkens weer als het gaat om het onderwijs aan kinderen met een beperking. De rol van de docent als coach in het leven van opgroeiende volwassenen, is in toenemende mate van belang.

8.
Responding to student diversity teacher's handbook: handboek voor docenten voor de omgang met verschillen en werken aan inclusief onderwijs. Bartolo, P.A., Janik, I., Janikova, V., Hofkäss, T., Koinzer, P., Vilkiene, V., Calleja, C., Cefai, C., Chetcuti, D., Ale, P., Mol Lous, A., Wetso, G., Humphrey, N. (2007). - Socrates Comenius 2.1 Project. ISBN: 978-99932-50-12-8

Dit handboek met de dvd is ontwikkeld in een Europees project waaraan diverse landen meededen. Het doel van het project was om multiculturele en multimedia onderwijsmaterialen te ontwikkelen voor docenten (train de trainer) gericht op online en face-to-face lessen en ingaand op/ rekening houdend met de verschillen van studenten/ leerlingen en de wijze waarop ze leren. Het onderliggend doel is goed onderwijs bieden aan alle kinderen. De oorzaak van de verschillen bij kinderen kan divers zijn. Onder meer de volgende vraag wordt in dit handboek beantwoord: Hoe kunnen leerkrachten ondersteund worden om meer inclusieve werkvormen te ontwikkelen? Het materiaal is bruikbaar bij het opleiden van (toekomstige) leerkrachten en geeft inzicht in bijvoorbeeld cognitieve stijlen en leerstijlen en - processen van kinderen en hoe die kan variëren. Ook helpt het (toekomstige) leerkrachten te reflecteren op de eigen visie op onderwijs en diversiteit. Het materiaal is in diverse talen beschikbaar waaronder in het Engels, echter niet in het Nederlands.

De ontwikkelde materialen, waaronder het handboek en de dvd zijn gratis te downloaden.

9.
Kleine ontwikkelingspyschologie III - De puberjaren. Rita Kohnstamm (2009). Bohn Staleu van Loghum - ISBN 978-90-3136162-5

Deel 3 "de puberjaren" gaat over de "vroege en midden" adolescentie, kinderen van twaalf tot achttien jaar. In het eerste blok worden thema"s besproken als seksualiteit, de verstandelijke ontwikkeling en de toenemende autonomie. Deze drie thema"s lopen als een rode draad verder door het boek. Het tweede blok gaat over de persoonlijkheid, de waarden en idealen, de behoefte aan avontuur, de veel voorkomende problemen en de eventuele stoornissen. In het derde blok ligt de nadruk op de omgeving en de invloed daarvan. Ter ondersteuning van het gebruik door studenten is er een speciale website ontwikkeld, www.kleineontwikkelingspsychologie.nl waarin Rita Kohnstamm nieuws samenvat onder andere vanuit de vakliteratuur.

Te bestellen bij online boekwinkels.

10.
Pedagogische adviezen voor speciale kinderen. Trix van Lieshout (2009). Bohn Staleu van Loghum - ISBN: 9789031337279

Pedagogische adviezen voor speciale kinderen gaat over bijzondere, maar wel ingewikkelde en complexe kinderen en jongeren, die hun opvoeders soms voor grote problemen kunnen stellen. Naast een beschrijving van hun gedragsproblemen worden er praktische suggesties gegeven voor de aanpak hiervan. De kern van die aanpak is de bereidheid van de beroepsopvoeder om áchter het probleemgedrag te willen kijken en om bestaande positieve gedragingen uit te breiden. Hierdoor past het boek in de trend van de tegenwoordige hulpverlening om vooral oplossingsgericht en niet zozeer probleemgericht bezig te zijn. Deze aanpak biedt meer openingen en perspectief in problematische opvoedingssituaties. Door zijn eenduidige opbouw is het zowel een praktisch handboek als naslagwerk. Van alle problemen worden steeds dezelfde vragen beantwoord. In de twaalf hoofdstukken van het tweede deel staat telkens beschreven: hoe ziet het probleem er uit volgens het psychiatrische DSM-IV classificatiesysteem, wat zijn mogelijke oorzaken, wat zijn mogelijke handelingssuggesties, wat is de prognose en wat zijn de concrete verschijningsvormen van het probleem in een klas of groep.

Te bestellen bij online boekwinkels

11.
Juist startende leraren moeten om kunnen gaan met verschillen. Diversiteit vraagt andere houding en vaardigheden. Enid Reichrath, Ankie Verlaan (2011). ZorgPrimair, nr 5/2011, vakblad voor het primair en speciaal onderwijs - CNV Onderwijs

Onderzoek wijst uit dat deelname aan regulier onderwijs kinderen betere kansen biedt op een succesvolle route naar een zelfstandig bestaan dan deelname aan speciaal onderwijs. Ieder kind heeft recht op een onderwijsomgeving waar zijn of haar talenten het beste tot hun recht komen en daarmee recht op onderwijs in een reguliere setting, of een zo regulier mogelijke setting. Dat stelt ook het binnenkort door Nederland te ratificeren Verdrag van de rechten van mensen met beperkingen van de Verenigde Naties. Het artikel beschrijft de bijdrage die inclusie kan leveren aan de ontwikkeling van kinderen. De ontwikkelingen rondom Passend Onderwijs worden benoemd en daarbij ook wat dit van (toekomstige) leerkrachten vraagt. Het artikel pleit voor normalisering van beperkingen en één van de plekken waar dit kan gebeuren is in opleidingen van aanstaande docenten.

Dit artikel is in deel 1 en deel 2 te downloaden.

12.
Het VN verdrag bepaalt: inclusief onderwijs is een recht voor alle kinderen! José Smits (2010). Coalitie voor Inclusie

Het nieuwe VN verdrag voor de rechten van mensen met een beperking kiest voor een inclusief onderwijssysteem. Artikel 24 in het verdrag verplicht staten een inclusief onderwijssysteem te waarborgen waarbij binnen het algemene onderwijssysteem personen met een beperking de ondersteuning ontvangen die ze nodig hebben om effectieve deelname aan het onderwijs mogelijk te maken. Het onderwijs moet zonder discriminatie op grond van handicap zijn en gelijke kansen bieden aan leerlingen. Deze uitgave geeft informatie over de staat van inclusie in het Nederlandse onderwijs: feiten en cijfers, de historie en de vooruitzichten. Is het ideaal uit het VN verdrag te bereiken via de voorstellen voor passend onderwijs en zo ja hoe dan? Wie kan zorgen dat het systeem verandert: de scholen, leerkrachten, ouders, overheid? Wat zijn de hindernissen op de weg ernaartoe? Is dat gebrek aan geld of eerder de grondwettelijke onderwijsvrijheid die maakt dat de overheid zich niet wil bemoeien met wat er in de klas gebeurt. Of is de belangrijkste hindernis dat veel mensen inclusie eigenlijk niet nodig vinden?

13.
Methodisch werken. Inleiding tot methodisch handelen met en voor mensen. P. Winkelaar (2001). Uitgever de Tijdstroom

In Methodisch werken worden zaken behandeld die fundamenteel zijn voor het methodisch werken in een sociale context. Het vormt een eerste oriëntatie reikt kennis, inzicht en vaardigheden aan die nodig zijn voor een beroepshouding. Dit beknopte en systematisch opgezette leerboek is vooral geschikt voor de eerste jaren van het hoger beroepsonderwijs, met name voor de verschillende studierichtingen van het sociaal-agogisch onderwijs. Maar dit boek kan ook als handboek of eenvoudig naslagwerk in werksituaties worden gebruikt. In vergelijking met de eerdere drukken sluit het boek nu ook aan bij studenten die nog geen werkervaring hebben. De oefeningen aan het eind van ieder hoofdstuk zijn uitgebreid en gericht op verwerking en het eigen maken van de stof. Het gaat in dit boek vooral om het aanreiken van een kader, om het aangeven van de grote lijn en minder om de uitwerking naar specifieke werksoorten of verdieping van details. Wie mensen niet in het geheel ziet, ziet mensen in het geheel niet!

Te bestellen via online boekwinkels.

14.
Verbeter de wereld begin bij de opvoeding. Micha de Winter (2011). SWP
ISBN 9789088501876

Pedagogische adviezen voor speciale kinderen gaat over bijzondere, maar wel ingewikkelde en complexe kinderen en jongeren, die hun opvoeders soms voor grote problemen kunnen stellen. Naast een beschrijving van hun gedragsproblemen worden in dit boek praktische suggesties gegeven voor de aanpak hiervan. De kern van die aanpak is de bereidheid van de beroepsopvoeder om áchter het probleemgedrag te willen kijken en om bestaande positieve gedragingen uit te breiden. Hierdoor past het boek in de trend van de tegenwoordige hulpverlening om vooral oplossingsgericht en niet zozeer probleemgericht bezig te zijn. Deze aanpak biedt meer openingen en perspectief in problematische opvoedingssituaties. Door zijn eenduidige opbouw is het zowel een praktisch handboek als naslagwerk. Van alle problemen worden steeds dezelfde vragen beantwoord. In de twaalf hoofdstukken van het tweede deel staat telkens beschreven: hoe ziet het probleem er uit volgens het psychiatrische DSM-IV classificatiesysteem, wat zijn mogelijke oorzaken, wat zijn mogelijke handelingssuggesties, wat is de prognose en wat zijn de concrete verschijningsvormen van het probleem in een klas of groep.

Te bestellen bij online boekwinkels

15.
Ontwikkelingspsychopathologie bij kinderen en jeugdigen. Jakop Rigter (2008). Couthino
ISBN 978-90-6283299-6

De inhoud van het boek is vooral gebaseerd op de uitgangspunten van de ontwikkelingspsychopathologie. Dit is een nieuwe, integratieve, benadering afkomstig uit de VS (developmental psychopathology) die inzichten uit verschillende wetenschappen combineert. In dit boek worden in chronologische volgorde mogelijke psychische problemen op elf ontwikkelingsgebieden beschreven. Bij het schrijven werden de volgende doelstellingen gehanteerd: het boek draagt een integratieve benadering uit; van elk ontwikkelingsgebied wordt zowel de normale als afwijkende ontwikkeling beschreven; psychische problemen en stoornissen worden in een context geplaatst zoals ontwikkeling, opvoeding, gezin, cultuur, enzovoorts; duidelijk moet worden gemaakt dat de psychische problemen en stoornissen zelden één oorzaak kennen maar juist door meerdere (risico)factoren beïnvloed worden; de geboden informatie is actueel; in het boek is casuïstiek opgenomen; en bij het beschrijven van mogelijke hulpverleningsmethoden (preventie en behandeling) wordt de nadruk gelegd op die benaderingen waarvan verondersteld mag worden (op grond van onderzoek) dat ze effectief zijn. Het boek is geschreven voor (aanstaande) hulpverleners en opvoeders zoals SPH'ers, MWD 'ers, verpleegkundigen, leerkrachten, sociale wetenschappers én ouders.

Te bestellen bij online boekwinkels

16.
Reflecteren: de basis. Op weg naar bewust en bekwaam handelen. M. Groen (2006). Noordhoff Uitgevers

Reflectie is een veel gehanteerde vorm van leren in het beroepsonderwijs, maar tegelijk ook een competentie die studenten moeten leren. Reflecteren is met name voor beginnende studenten een vrij abstracte aangelegenheid. Dit boek poogt een antwoord te geven op de vraag hoe je jezelf ontwikkelt van een persoon die niet bekend is met reflectie, tot een persoon die begint met en vaardig wordt in reflecteren: op weg naar bewust en bekwaam handelen. Reflecteren: de basis traint de student in eerste instantie te reflecteren op alledaagse situaties. Dit vormt een fundament om te kunnen reflecteren op toekomstige beroepssituaties. Het boek sluit aan bij de generieke bachelor competenties. De auteur geeft in dit boek de theoretische achtergrondinformatie, maar vooral hele praktische handvatten. De theorie wordt toegelicht met voorbeelden van good en bad practice en verduidelijkt aan de hand van voorbeeldcasussen. Studenten krijgen bovendien een stappenplan voorgelegd. In combinatie met een foutenanalyse en opdrachten voor zelfstudie kunnen ze hiermee hun vaardigheden oefenen.

Te bestellen via online boekwinkels.

17.
Opvoedingsondersteuning als bijzondere vorm van preventie. M. Burgraaff-Huiskes, G. Blokland (2011). Counthino - ISBN 9789046902684

Het opvoeden van kinderen staat de laatste jaren sterk in de belangstelling. Aandacht is er voor problemen waarmee ouders in de opvoeding geconfronteerd worden. Deze kunnen variëren van slaap- of eetproblemen bij peuters, tot alcohol- of drugsverslaving bij pubers. Opvoeden gaat blijkbaar niet vanzelf. Ouders stellen vragen over opvoeding aan elkaar, aan vrienden en aan de professionals om hen heen: de huisarts, de leerkracht of de begeleider in de kinderopvang. Soms is dit echter niet voldoende en hebben ouders specifieke opvoedingsondersteuning nodig. In dit boek wordt beschreven waarom en in welke situatie ondersteuning bij de opvoeding nodig is, en hoe je deze ondersteuning als professional kunt bieden. De theoretische uitgangspunten staan daarbij centraal. Een belangrijke plaats is ingeruimd voor het signaleren van mogelijke problemen en de analyse ervan. Verder worden de methoden en programma’s in groepsgerichte, individuele, informele en geïndiceerde opvoedingsondersteuning belicht. Ten slotte is er speciale aandacht voor de relatie tussen pedagogisch adviseren en de jeugdhulpverlening: waar houdt de opvoedingsondersteuning op en begint de hulpverlening?Op de website bij deze uitgave worden opdrachten aangeboden.

Te bestellen bij online boekwinkels.

18.
Goed gedrag kun je leren! Doelmatige strategieën voor in de school. Auteurs: Annemieke Golly, Jeff Sprague (2009). Pica

Positive Behavior Support (PBS) is een evidence based-programma dat op veel scholen in de Verenigde Staten met succes wordt ingezet, net als in Canada, Noorwegen, Zweden, Denemarken, IJsland, Duitsland en Chili. Er worden eenvoudige, maar doeltreffende methoden aangereikt om alle medewerkers op school op één lijn te krijgen wat betreft het omgaan met gedrag op het niveau van de school, de klas en individueel. PBS is bedoeld om antisociaal gedrag op school van kinderen in de leeftijd van 4-18 jaar zo vroeg mogelijk aan te pakken en om te buigen naar positief gedrag; jarenlang onderzoek heeft de effectiviteit ervan aangetoond. Net als de 'gewone' vakken zoals taal, rekenen en biologie, moeten er lessen worden verzorgd over (gewenst) gedrag. In dit programma staat het vergroten van gewenst gedrag, en daarmee het verminderen van ongewenst gedrag, centraal. De school bepaalt zelf in welk tempo het proces wordt doorlopen en welke onderdelen meer of minder aandacht krijgen. Met de komst van het passend onderwijs moet steeds meer maatwerk worden geleverd. PBS kan u als onderwijsprofessional helpen een veilig klimaat op school te creëren, waar geen kind wordt uitgesloten.

Te bestellen bij bijvoorbeeld www.bol.com

Thema 2: Eruit halen wat erin zit bij iedereen
1.
Talenten benutten - Jongeren met een handicap of chronische klachten in het reguliere voortgezet onderwijs. Theo van der Werf (2010). WEC-raad

De handreiking is bedoeld voor de VO-scholen met een reguliere vmbo-, havo- en/of vwo-opleiding. Met de handreiking willen wij deze scholen wegwijs maken binnen de bestaande (wettelijke) ruimte die de school heeft en hen praktische tips geven, zodat zij ook de talenten van hun leerlingen met een handicap of met chronische klachten optimaal kunnen helpen ontwikkelen. Het is o zo belangrijk dat deze jongeren in het reguliere onderwijs binnenboord worden gehouden. De handreiking richt zich niet op PRO en LWOO. De zorgvraag wordt in beeld gebracht (hoofdstuk 2), waarna er, afhankelijk van de omvang van de problematiek, één of meerdere maatregelenpakketten worden ingezet: Meedoen (hoofdstuk 3); Manoeuvreren (hoofdstuk 4); Maatwerk (hoofd-stuk 5). Niet voor al deze doelgroepjongeren zijn alle interventies nodig. ‘Meedoen’ is nuttig voor iedereen, voor een aantal jongeren zal ‘Manoeuvreren’ onvermijdelijk zijn en een enkeling kan alleen met ‘Maatwerk’ geholpen worden. Tenslotte wordt de gekozen aanpak vastgelegd: Realiseren, borgen en overdragen (hoofdstuk 6). Hoofdstuk 7 bevat niet alleen een overzicht van alle verwijzingen uit de tekst, maar biedt tegelijkertijd een alfabetisch naslagwerk over dit onderwerp.

2.
Wat je ziet dat ben je zelf: school video interactie begeleiding met leerlingen. M. den Otter ; M. Haassen (red.) (2004). - Garant Uitgevers

Dit boek beschrijft hoe je met leerlingen via videobeelden kunt reflecteren op gedrag in de klas. De bekwaamheid van de begeleider is, 'de eigen kracht' en 'de goede wil' van iedere leerling te ontdekken en te benutten als potentieel voor eigen leren en ontwikkelen. Door een leerling zelf te laten meedenken over wat goed gaat en wat moeilijk voor hem is, kan hij zich bewust worden van zijn sterkte en zijn zwakte. Op deze wijze kan de begeleider de leerling tevens mede verantwoordelijk maken voor verandering en ontwikkeling. Dit geeft bewustwording bij de leerling over zijn eigen ontwikkelingswensen en - mogelijkheden. Daarmee versterkt de begeleider de autonomie van de leerling en leert hij de leerling zelf vaardigheden te ontwikkelen binenn zijn eigen capaciteiten en beperkingen.

Te bestellen bij online boekwinkels

3.
De ogen waarmee je kijkt bepalen wat je ziet! De pedagogische uitdaging voor docenten in het beroepsonderwijs en andere professionals. Piet Boekhoud, Marja Liefaard en Kees Verhaar (2010).

Artikel over het belang van een pedagogische visie die uitgaat van het gegeven dat iedereen talenten heeft die tot ontplooing komen, wanneer de professionals rondom jongeren dit willen zien. Het vertrek naar een oplossing is niet de focus op probelemen van jongeren, maar de potentiële talenten als uitgangspunt nemen. Betoog waarin centraal staat dat de inrichting van de pedagogische omgeving staat of valt met de houding van professionals naar jongeren. Succesfactor daarbij is samenwerking tussen betrokken professionals die kiezen voor één aanpak waarbij de loopbanen van jongeren centraal staan. Rotterdam kent een goed voorbeeld van dergelijke samenwerking, waarin concurrentie terzijde geschoven wordt, tussen diverse ROC's, jeugdzorg, schoolmaatchappelijk werk, jeugdzorg, ggd en gemeente. Eisen die vervolgens aan professionalieit van alle professionals rond jongeren gesteld worden, zijn onder andere: niet betuttelen, werken vanuit echte aandacht voor de jongere en zijn omstandigheden, ondersteunen zonder zaken van de jongere over te nemen, ondersteunen zonder werk van andere professionals over te nemen en niet zelf gaan diagnosticeren.
Hoofdstuk 12_Boekhoud_2010doc.doc

4.
De inspirerende docent: Inzichten en verhalen uit het hoger beroepsonderwijs. Edith Roefs (2010). Maklu uitgeverij - ISBN: 9789044126129

De auteur geeft voorbeelden van inspirerend docentschap in het hoger beroepsonderwijs opgediept en in tien verhalen vastgelegd. Het boek bevat een uitwerking van vele thema’s die deel uitmaken van inspirerend docentschap, zoals: een vraagbehoefte bij studenten oproepen, hoge eisen stellen, leren van fouten en een open leerklimaat creëren. Per thema wordt duidelijk hoe gedrag en beweegredenen van verschillende docenten zich tot elkaar verhouden. De lezer krijgt inzicht in de manier waarop het gedrag en de attitude van docenten een bijzondere betekenis krijgen voor studenten.

5.
Passend onderwijs aan leerlingen met gedragsproblemen. Walraven, M., Kieft, M., Broekman, L. (2011). Oberon

In dit rapport zijn docenten aan het woord - docenten die veel kennis hebben met Passend onderwijs. Zij vertellen hoe zij in de dagelijkse praktijk van het voortgezet onderwijs vorm geven aan Passend onderwijs en wat zij daarbij nodig hebben. Met behulp van de informatie die diepte-interviews met zeventien docenten oplevereden, aangevuld met een literatuurstudie, informatie uit gesprekken met leerlingen en lesobservaties, worden in dit rapport de volgende onderzoeksvragen beantwoord:
1) Hoe geven leraren in de dagelijkse praktijk van het voortgezet onderwijs effectief vorm aan passend onderwijs voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, in het bijzonder leerlingen met gedragsproblemen?
2) Welke condities zijn voor hen van belang bij het vormgeven van passend onderwijs?
3) Welke vormen van ondersteuning op het gebied van deskundigheidsbevordering achten zij van belang voor henzelf en andere docenten in het voortgezet onderwijs?

Dit rapport laat zien dat er, ondanks dat het zeker niet eenvoudig is, docenten zijn die het goed lukt om met bestaande middelen en in de huidige onderwijssituatie passend onderwijs te realiseren in het voortgezet onderwijs. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Evaluatie- en Adviescommissie Passend Onderwijs (ECPO).

6.
Passend onderwijs: Haute couture of Zeeman?
A. Mol Lous (2011) Lector Hogeschool Leiden

Lectorale rede ter aanvaarding van het lectoraat Passend onderwijs/ inclusive education. Het lectoraat Passend Onderwijs / Inclusive Education richt zich op het ontsluiten van kennis voor scholen en leerkrachten om goed passend onderwijs in de dagelijkse praktijk te kunnen leveren. Daarbij is inclusie het uitgangspunt. De kenniskring werkt onder meer aan het verzamelen van goede voorbeelden en het ontwikkelen van kennis die bijdraagt aan curriculumontwikkeling van de lerarenopleidingen op het gebied van passend/ inclusief onderwijs. In de rede wordt het Talentmodel uiteengezet als model voor inclusie in tegenstelling tot het sociale model dat gericht is op integratie. De rede is (nog) niet digitaal beschikbaar.

Er zijn meer publicaties vanuit de kenniskring te bekijken.

7.
Schoolsucces van Friese leerlingen in het voortgezet onderwijs. H. de Boer (2009). GION

Verwachtingen van onderwijzend personeel, mede beïnvloed door verwachtingen van ouders, dragen bij aan een te laag schooladvies en daarmee aan onderpresteren. Onderpresteren kan worden opgevat als het niet optimaal tot ontwikkeling komen van talenten. Een te laag advies ten opzichte van de potenties van de leerling blijkt nauwelijks meer overwonnen te worden. Deze onderwerpen staan centraal in dit proefschrift.

8.
Inclusief Bekwaam. W.Claesen et al. (2009). Garant Uitgevers

Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen de leraren/docenten die voor de groep staan een sleutelrol: zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun leerlingen, zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningbehoeften kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming van activiteiten en voorzieningen.Inclusief Bekwaam beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg)- coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van Inclusief Bekwaam is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld. Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel.

9.
Back to school - thuiszitters in de GGZ kinderen en jeugd Rivierduinen. Sleeboom, I., Hermanns, J., Buysse, W., Hilhorst, N. (2009). H&S Consult / DSP-groep

In het onderzoek worden de volgende vragen beantwoord:
• Hoeveel kinderen en jongeren die behandeld worden door GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen zitten er al langere tijd thuis, terwijl ze op school zouden moeten zijn?
• Wat zijn daarvan de gevolgen?
• Wat kan er aan worden gedaan door de GGZ, de school en de overheid?

Uit het onderzoek blijkt dat jongeren achterop raken als ze langere tijd of slechts gedeeltelijk naar school gaan. Tevens voelen ze zich nergens meer bij horen. Het is dan ook van groot belang dat deze kinderen en jongeren om naar school te blijven gaan, ook voor hen met problemen. Onbegrip vanuit school voor de problemen is de meest genoemde reden voor volledig thuiszitten. Het onderwerp 'school en weer terug gaan naar school' zou binnen de GGZ een standaard doel moeten zijn. Dat betekent meer contact tussen GGZ en school.

10.
Handreiking samenwerking jeugd-ggz met onderwijs en gemeenten. Corina Brekelmans, Ilja Geudens (2011)Centrum voor Jeugd en Gezin

Deze handreiking is geschreven voor beleidsmakers, bestuurders en professionals binnen gemeenten, lokale jeugdzorg, het onderwijs en jeugd-ggz. Het is belangrijk dat betrokkenen uit de verschillende disciplines elkaar kennen en weten te vinden, dat zij op de hoogte zijn van elkaars deskundigheid en inzet en elkaars taal spreken. Professionals in het onderwijs en lokale zorgnetwerken delen graag hun kennis met professionals uit de ggz, net zoals ze dat doen met de logopedist en de schoolarts. Behandelaren in de ggz willen helpen om escalatie van problemen te voorkomen en effectieve behandeling te bieden aan ouders en kind als dat nodig is. De gemeente zal haar rol als regisseur de komende jaren verder uitbouwen en verplichtende afspraken maken over preventie en zorg.

11.
Overbelaste jongeren in de regio Arnhem - Naar een gezamenlijke aanpak. T. Eimers, M. Roelofs, A.L. van der Vegt, J. van der Linden, P. Gramberg (2011). Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt / Oberon

Voortijdig schoolverlaten is een groot maatschappelijk probleem. Tegen de achtergrond van de vergrijzing is het van groot economisch belang dat jonge mensen goed voorbereid en gemotiveerd de arbeidsmarkt betreden. Zij zijn nodig om in de komende decennia onze samenleving draaiende te houden. Er is in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen. En met succes! In de regio Arnhem hebben scholen, gemeenten en andere partners er voor gezorgd dat minder jongeren zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Voortijdig schoolverlaten is meer dan een economisch vraagstuk. Het gaat om de toekomst van individuele, jonge mensen. Met de meeste van hen gaat het goed, maar een klein deel groeit op in zeer moeilijke omstandigheden. Zij hebben te maken met tal van problemen. Het is juist die opeenstapeling van problemen die hen zwaar treft. Niet voor niets worden zij in het huidige beleid de 'overbelasten' genoemd. In de regio Arnhem slaan gemeenten en onderwijs de handen ineen om juist deze groep extra te ondersteunen. Dat gebeurt nu al: scholen, hulpverlening, jongerenwerk, gemeenten en anderen organiseren speciale opvang, ondersteuning en begeleiding voor deze jongeren. De moeilijkheid daarbij was echter dat het nauwelijks bekend is om hoeveel overbelaste jongeren het gaat, waar zij zich bevinden en wat de aard van hun problematiek is. Kortom, waar hebben we het over?
In een heel krap tijdsbestek zijn een grote hoeveelheid, statistisch betrouwbare gegevens door de diverse scholen, gemeenten en anderen boven water gebracht. Daarvoor zeer veel dank naar allen die meegewerkt hebben aan dit onderzoek en het tot stand komen van dit onderzoeksrapport.

12.
Zorgorganisaties in beeld: Zorgorganisaties in beeld rond jongeren met een beperking - Een beschrijving van actoren en samenhang met de wereld van onderwijs en arbeid. Jeanette Paul (2011). Nieuwegein: CrossOver

Jongeren met een beperking hebben te maken met een groot aantal organisaties en professionals op het terrein van zorg, onderwijs, werk en wonen. Voor de jongeren en hun ouders of verzorgers is het belangrijk te weten wie welke taak heeft. Wie is die ander? Welke formele taak heeft die ander? Deze informatie is ook essentieel voor organisaties en professionals die zich beroepsmatig bezig houden met deze jongeren. Dit rapport (84 pag.) wil: 1. een helder overzicht geven van organisaties die een (belangrijke) rol spelen in de zorg voor jongeren met een beperking;
2. een beschrijving geven van de positie van deze organisaties in het organisatienetwerk rond jongeren met een beperking. Het perspectief hierbij is het bevorderen en behouden van onderwijs en werk door en voor deze jongeren.

13.
Overheid en onderwijsbestel - Beleidsvorming rond het Nederlandse onderwijsstel (1990-2010). Ria Bronneman-Helmers (2011) Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau

Deze publicatie gaat over processen van beleidsvorming rond een viertal bijzondere kenmerken van het Nederlandse onderwijsstelsel: (1) artikel 23 GrondWet, (2) de verhouding tussen regulier en speciaal onderwijs,(3) het vroege selectiemoment bij de overgang van het basis- naar het voortgezet onderwijs, en (4) de positie en functie van het middelbaar beroepsonderwijs. De studie behandelt met name de periode 1990-2010. Vooral hoofdstuk 8 is relevant.

14.
Tussen nieuw denken en nieuw doen. Verkenning attitudes rond de wajong. Gejo Duinkerken, Peter Wesdorp, Selle van der Woude (2009). Zoetermeer: WhatWorks.

De centrale vraag van dit onderzoek is welke attitudes bevorderend werken om jongeren met een beperking maximaal te laten participeren. Om op het spoor van stimulerende attitudes te komen, zijn gewenste praktijken onderzocht. Werkgevers zijn geïnterviewd die naar tevredenheid Wajongers in dienst hebben. Zo ook professionals uit de zorg, onderwijs en re-integratiewereld en ouders die hier met elkaar toe bijdragen.
Je zult het maar hebben: een structureel functionele beperking. Fysiek of mentaal. Blind of autist. In een rolstoel zitten, een aangeboren hartafwijking hebben of een borderliner zijn. Veel mensen realiseren zich niet dat je dan, net als alle anderen, ook hoog of juist laag opgeleid kan zijn. Dat je dromen hebt net als ieder ander over wat je later worden wilt. De status Wajong roept vaak verkeerde beelden op. Je bent afgekeurd! Je kunt niet werken! Wat betekent Wajong dan wel? Wajong houdt formeel in dat je niet in staat wordt geacht het minimumloon te kunnen verdienen.

buitenland

Eindelijk een mooie, activerende site voor werkgevers. Stuur een e-card of bekijk de 'Field Guide'! Thinkbeyondthelabel