CrossOvernieuws

Succesvolle Participatiewet: naast banen ook geld

De Participatiewet die op 1 januari 2015 van kracht wordt, moet mensen vanuit de Wajong, Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en Bijstand naar werk geleiden. Daarvoor moeten overheid, werkgevers en werknemers in tien jaar 125 duizend extra banen scheppen. Dat vereist dat we anders naar bestaande functies kijken opdat meer mensen in staat zijn zelfstandig het minimuminkomen te verdienen.

Vooral de arbeidsparticipatie van mensen met een aandoening of beperking in Nederland is laag (ongeveer 40 procent), zeker in vergelijking met die van mensen zonder beperking (80 procent). Voor een belangrijk deel heeft dat te maken met de manier waarop functies in het bedrijfsleven worden gecreëerd.

Functies zijn steeds complexer geworden

Ruim een eeuw geleden, in 1911, ontwierp de Amerikaan Frederick Winslow Taylor een systematiek om functies te creëren die erop neer komt dat door observatie en op basis van de bestaande techniek wordt bepaald wat de economisch gunstigste manier van werken is en wat dat van mensen vraagt. De wereldwijd toegepaste methode van Taylor heeft geleid tot verregaande taakdifferentiatie binnen diensten en bedrijven en heeft veel werk simpeler, monotoner en saaier gemaakt met alle negatieve gevolgen van dien voor de motivatie van de werknemers.

Sinds enige decennia is er een verschuiving binnen het bedrijfsleven opgetreden en worden functies door technologische ontwikkelingen en globalisering allengs complexer. Ze vereisen steeds meer scholing en flexibiliteit van werknemers. De startkwalificatie voor de arbeidsmarkt ligt inmiddels op mbo-2 niveau. Een niveau dat voor 10 procent van de Nederlandse bevolking onhaalbaar is en hen effectief van deelname aan de arbeidsmarkt uitsluit. Het is voornamelijk die doelgroep van ongeveer 1 miljoen mensen die de opstellers van de Participatiewet aan het werk willen krijgen. Om preciezer te zijn: de beleidsmakers willen met behulp van deze wet de Wajongers, Wsw’ers en Bijstandsgerechtigden in staat stellen om zelfstandig een inkomen te verdienen, dat zo nodig met behulp van loonkostensubsidie aangevuld wordt tot het minimumloon.

Dat is geen eenvoudig karwei want van de 230 duizend mensen in de Wajongregeling bijvoorbeeld heeft meer dan 50 procent voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs gevolgd, 35 procent vmbo of mbo en 15 procent heeft een hogere opleiding gevolgd.

Daar komt nog bij dat 66 procent een ontwikkelingsstoornis heeft, 20 procent een psychiatrisch ziektebeeld en 14 procent een somatische stoornis. Van het totale aantal mensen in de Wajong werkt 25 procent, waarvan de helft in een sociale werkplaats. Het beeld van de Wsw’ers en de mensen die langdurig in de Bijstand zitten en die niet in staat zijn om zelfstandig het minimuminkomen te verdienen zal daarvan niet veel afwijken.

Meer oog voor individuele capaciteiten levert werk op
...

Lees verder: socialevraagstukken.nl

buitenland

Eindelijk een mooie, activerende site voor werkgevers. Stuur een e-card of bekijk de 'Field Guide'! Thinkbeyondthelabel