CrossOvernieuws

Decentralisatie: wat kunnen we leren van de Maori's?

Aan de decentralisaties in het sociale domein liggen stevige ambities ten grondslag; dichter bij de burger, meer regie bij de burger, meer eigen kracht, meer sociaal netwerk, minder schotten en minder bureaucratie. En bovendien moet dit allemaal met minder geld. In gemeentelijke stukken komen deze ambities allemaal terug. Geen notitie waar het begrip ‘eigen kracht’ in ontbreekt, geen gesprek met zorgaanbieders waar het belang van het sociaal netwerk niet aan de orde komt. Geen analyse zonder te wijzen op het streven naar minder bureaucratie.

Tegelijkertijd gaat de meeste aandacht uit naar het overeind houden van het systeem zoals we het kennen, keren de verschillende instituties (soms in nieuwe vormen of samenwerkingsverbanden) weer terug en is er van de gedroomde transformatie in de praktijk nog weinig te herkennen. Op de Decentralisatiedag van 28 mei jl. werd het door ministeries, VNG en gemeenten erkend: ‘We zijn zo druk met de transitie, de transformatie komt later wel.’

Is het inderdaad deze drukte of is er nog iets anders aan de hand? Is het niet makkelijker stappen zetten in een wereld die bekend is, dan het verkennen van een nieuwe wereld? Kan een maatschappelijke verandering nog bedacht en gerealiseerd worden zonder dat de systeemwereld daarin een centrale rol heeft? En is het niet zo dat de genoemde ambities bij uitstek te vinden zijn in de leefwereld en waar we van af willen (schotten, bureaucratie, dure zorgtrajecten) juist hoort bij de systeemwereld? Daarmee is de grootste opgave dus eigenlijk: hoe versterken we de ruimte voor de leefwereld van mensen?

Waar de systeemwereld de overhand krijgt, komt de leefwereld in de knel. Het is precies hierom dat in Nieuw-Zeeland in de jaren ’80 van de vorige eeuw van de Maori’s werd geleerd hoe het organiseren van jeugdzorg anders kan. Dit leidde tot het ontstaan van de Family Group Conference. Deze besluitvorming in eigen kring was zo succesvol dat dit in 1989 wettelijk werd verankerd en leidde tot veel minder institutionele zorg.

In Nederland was de Family Group Conference inspiratiebron voor de Eigen Kracht-conferentie. Sinds 2000 is deze vorm van familiegroepsplannen maken in ons land al meer dan negenduizend keer toegepast. En ook in Nederland blijken burgers hierover zeer tevreden en heeft dit tot meer ruimte voor de leefwereld en tot flinke besparingen geleid. Minder intensieve zorgtrajecten, minder ondertoezichtstellingen, minder uithuisplaatsingen en minder huisuitzettingen, om er enkele te noemen. Met het voorkomen van een huisuitzetting bespaart een gemeente tussen de 11.000 en 100.000 euro.

Er is ook veel geleerd van de Eigen Kracht-conferenties. Bijvoorbeeld dat helpen en overnemen door professionals vaak hand-in-hand gaan. Het blijft lastig aan te sluiten op wat mensen vragen, zonder te gaan bepalen wat goed voor hen is. Het is dan ook daarom dat in de Jeugdwet (familiegroepsplan) en in de nieuwe WMO (persoonlijk plan) een artikel is opgenomen om eerst aan burgers hun eigen plan te vragen. Een plan waarbij niet een hulpverlener of consulent de pen vasthoudt, maar de mensen zelf. En het is aan gemeenten om mensen iets aan te reiken waardoor ze komen tot een eigen plan met hun eigen kring van familie en bekenden. Ook als dat netwerk klein, kwetsbaar of onzichtbaar is. Helaas gaat nu alle aandacht naar de systeemwereld en worden besparingen beoogd door hulp en banen te schrappen op aannames en niet op basis van de vraag van burgers. Echte veranderingen blijven mede hierdoor dus uit.

Bron: Binnenlands Bestuur

buitenland

Eindelijk een mooie, activerende site voor werkgevers. Stuur een e-card of bekijk de 'Field Guide'! Thinkbeyondthelabel