CrossOvernieuws

Regio Lekstroom: indicatievrije jeugdzorgtrajecten in het voortgezet onderwijs

De stelselwijziging zorg voor jeugd en de stelselwijziging passend onderwijs hebben iets belangrijks gemeen. Beide stelselwijzigingen kunnen rekenen op brede steun vanuit het veld en vanuit de politiek.

De kunst is nu om de zorg voor jeugd en passend onderwijs ook op de werkvloer in elkaar te passen. In de pilot voorlopersaanpak jeugdzorg-passend onderwijs werken scholen en gemeenten in de praktijk verder uit hoe dat moet. 35 regio’s hebben zich aangemeld voor de pilot. De regio Lekstroom is daar één van.

‘Voorlopen in de verbinding zorg voor jeugd en passend onderwijs’ heet het pilot project voluit. De ministeries van OCW en VWS hebben het project samen opgezet. Doel is met een aantal samenwerkingsverbanden passend onderwijs (in oprichting) en gemeenten al werkend te ontdekken hoe scholen en gemeenten tot een optimale integrale zorg voor hun jeugdigen kunnen komen.

Daarbij hoeft niet vanaf nul begonnen te worden. Tijdens de kick-off bijeenkomst in april 2012 werd het al treffend gezegd: ‘We zijn de tijd voorbij dat onderwijs en jeugdzorg twee werelden waren’. En dat lijkt te kloppen. Veel regio’s nemen al stappen in het verbeteren van de verbinding tussen jeugdzorg en onderwijs. Dat blijkt ook uit de ingediende plannen van de 35 voorlopers die meedraaien in het project.

Samen verkennen
De regio Lekstroom is zo’n voorloper. De gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein en Vianen werken er al samen en in dezelfde regio opereert het samenwerkingsverband voortgezet onderwijs LZVO Zuid-Utrecht. De overlap in indeling zorgde de afgelopen jaren al voor enige samenwerking op het terrein van de jeugdzorg. De overheveling van alle jeugdzorg naar gemeenten en de invoering van passend onderwijs heeft geleid tot de concrete behoefte een gezamenlijke verkenning uit te voeren en een agenda te bepalen voor de toekomst.

Om die behoefte kracht bij te zetten, maakten de wethouders van de vijf Lekstroomgemeenten en de schoolbestuurders van het samenwerkingsverband in de zomer van 2011 een aantal duidelijke afspraken. Eén daarvan is in overleg met de provincie Utrecht te experimenteren met indicatievrije trajecten, gekoppeld aan de Zorg- en Adviesteams (ZAT’s) in het voortgezet onderwijs en in samenwerking met de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) in de regio. Doel is het ontwikkelen van een manier om vroegtijdig schoolverlaten (vsv) tegen te gaan en te voorkomen dat gezinnen in zwaardere zorgvormen terechtkomen.

Preventief spreekuur
“De stelselwijzigingen jeugdzorg en passend onderwijs bieden ons kansen om andere oplossingen aan te bieden in de zorg voor onze jeugd”, schetst Laura Kamphaus, beleidsadviseur Jeugd bij de gemeente IJsselstein en ambtelijk trekker van de Lekstroom-pilot. Een deel van die ‘andere oplossingen’ is volgens Kamphaus te vinden in het onderwijs. “School is een uitstekende vindplaats. En schoolverzuim is een ijzersterk signaal. Daar kun je iets mee doen. Denk aan de school die enorm veel tijd en inzet kwijt is om een leerling te weerhouden van schoolverzuim, wat kan leiden tot vroegtijdig schoolverlaten. School voert het ene gesprek na het andere met de leerling. Beloften worden gedaan, afspraken gemaakt. Er wordt gecheckt: zijn de beloften nagekomen? Waarom niet? Zo gaat, vol goede bedoelingen, een half jaar voorbij en Pietje spijbelt nog steeds. School belt de leerplichtambtenaar, met de vraag om na al die pogingen in te grijpen. De leerplichtambtenaar start vervolgens een eigen traject van gesprekken, afspraken en beloften. Daar gaat heel veel tijd overheen. Op een paar scholen in Lekstroom zijn wij begonnen met een preventief spreekuur van de leerplichtambtenaar op school. En dat werkt prima. Soms is een gesprek of een waarschuwing genoeg.”

Projectplan
De regio Lekstroom werkt op dit moment aan een projectplan dat beschrijft hoe gemeenten, onderwijs en provincie gezamenlijk kunnen experimenteren met – bijvoorbeeld – generalistische hulpverleners van de jeugdzorg, gekoppeld aan de Zorg- en Adviesteams (ZAT’s) op de scholen. Vragen waarop men antwoord wil vinden, zijn onder andere:
• Wie beslist of jongeren gebruik mogen maken van indicatievrije trajecten?
• Welke rol gaan de partners (zorgcoördinatoren, ZAT’s, CJG’s, scholen) spelen in de zorgstructuur in en om school?
• Hoe positioneren we maatschappelijk werk in de scholen?
• Hoe kun je de tijd tussen ontstaan van een probleem en signalering verkorten?
• Hoe kun je de tijd tussen signalering en actie binnen of verwijzing door school verkorten?

Laura Kamphaus: “Na de zomervakantie starten we actief met experimenteren. We richten onze pijlen in eerste instantie op de zorgstructuur in en rond school, met de focus op de ZAT’s en specifiek de Reboundvoorziening. In het kader van deze pilot hebben we een zogenaamde ‘startfoto’ gemaakt: een rapportage van bureau Alleato over vijf casussen van kinderen die waren vastgelopen in het onderwijs. Dat leverde ‘rode draden’ op die heel goed aantoonden hoe je zorg tijdig en succesvol kunt inzetten.”

Reboundvoorziening
“Duidelijk werd bijvoorbeeld dat sommige jongeren na een jaar nog niet zodanig geholpen waren dat ze teruggekeerd waren op hun school. Zij komen in de Reboundvoorziening, terwijl dat misschien niet nodig was geweest bij tijdige hulpverlening. Daarom gaan we de komende tijd werken aan betere samenwerking tussen een provinciale zorgaanbieder, de Reboundvoorziening en maximaal vier scholen. Dat is een schaalgrootte die we goed kunnen monitoren en evalueren. Tussen nu en het einde van de zomervakantie gaan we die constructie vormgeven. Belanghebbende partijen, zoals de GGD, de CJG’s, bureau jeugdzorg, GGZ en de jeugdzorgaanbieder hebben tijdens de aftrapbijeenkomst spontaan aangeboden mee te denken in een klankbordgroep. En zo gaan we werkende weg van start. Nee, we hebben niet alles theoretisch onderbouwd. In Lekstroom zoeken we elkaar op. Het gaat om afstemming en verbinding tussen mensen die in de praktijk met elkaar werken.”

Verschil mag er zijn
Natuurlijk verwacht Kamphaus ook de nodige hobbels in het leggen van de verbinding tussen jeugdzorg en (passend) onderwijs. “Financiering blijft een lastige. Gemeenten hebben hun eigen financiering. Het onderwijs ook, en de jeugdzorg wordt nu nog gefinancierd door de provincie. Dus krijg je verschil in afweging van belangen en prioriteiten. De uitdaging, ook in onze pilot, is de wederzijdse verwachtingen zo goed mogelijk boven tafel te krijgen en bespreekbaar te maken. Zo creëer je draagkracht. Verschil mag er echt wel zijn. Maar er zijn ook gezamenlijke belangen: betere zorg voor kinderen en hun ouders. Wat ons betreft is de pilot straks geslaagd als het lukt de kloof tussen de taal van de jeugdzorg en de taal van het onderwijs te dichten. Wij hebben geen torenhoge verwachtingen. Wel een sterke wil om samen die kar te trekken. In de hoop dat kinderen en ouders straks vaststellen: ‘Goh, het is een stuk makkelijker geworden om de weg naar hulp te vinden’.

Bron: Samenwerken voor de jeugd.

buitenland

Eindelijk een mooie, activerende site voor werkgevers. Stuur een e-card of bekijk de 'Field Guide'! Thinkbeyondthelabel